**1.** Ieder lid kan, ook indien geen vergadering wordt gehouden,
zonder machtiging van Provinciale Staten, aan Gedeputeerde
Staten, aan de leden van dit college of aan de commissaris van
de Koningin vragen stellen.
**2.** Zodanige vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en
schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter van Provinciale
Staten worden ingediend. Deze deelt de vragen mede aan de leden
van Provinciale Staten, tenzij bij hem door vorm of inhoud van
de vragen tegen toepassing van dit artikel bezwaar bestaat,
waarvan hij dan onder mededeling van de redenen onverwijld
kennis geeft aan het lid dat de vragen heeft ingediend.
**3.** Aan elk lid wordt de beantwoording zo mogelijk binnen zes weken
na ontvangst medegedeeld. Is beantwoording binnen deze termijn
niet mogelijk, dan zenden Gedeputeerde Staten aan het lid van
Provinciale Staten dat de vraag heeft gesteld een bericht waarin
wordt medegedeeld welke de reden van de termijnoverschrijding is
en op welke termijn beantwoording wordt voorzien. Afschrift van
dit bericht wordt gezonden aan de overige leden van Provinciale
Staten.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 46
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde PS provincie Groningen