Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. ballast : vaste en vloeibare stoffen - water voor landbouwdoeleinden,
industrieel gebruik of menselijke consumptie en andere goederen met
handelswaarde hieronder niet begrepen - welker inneming in het zeeschip
uitsluitend geschiedt of is geschied ter verhoging van de stabiliteit van
het zeeschip of ter verlaging van het hoogste punt boven de
waterspiegel;
2. bruto-ton (BT) : de eenheid voor de bruto-inhoud van een zeeschip zoals
bedoeld in het Verdrag inzake de meting van schepen, London 1969 (Trb. 1979,
nr 122 en 194);
3. bunkeren : het door het zeeschip innemen van brandstof voor eigen
gebruik;
4. container : een laadkist als omschreven in de aanbeveling ISO 688 – 1979
als Series I freight containers van de International Organisation for
Standardization voor zover de lengte ten minste 6,055 meter bedraagt;
5. containerschip : een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting geheel is
bestemd voor het vervoer van containers;
6. cruise-schip : een zeeschip dat uitsluitend is bestemd en wordt gebruikt
voor bedrijfsmatig vervoer van passagiers, die voor toeristische doeleinden,
in hoofdzaak in de zeereis zelf gelegen, deelnemen aan die reis;
7. haven van Maassluis : de voor de openbare dienst bestemde
gemeentewateren, kaden, aanlegsteigers, meerpalen, boeien en andere
soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in
onderhoud zijn;
8. havengebied Rijnmond /Moerdijk : de gezamenlijke havens van de partijen
bij de samen-werkingsregeling zeehavengeld, te weten: gemeente Rotterdam,
gemeente Dordrecht, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen, gemeente
Maassluis, Industrie- en Havenschap Moerdijk, Kemira Pernis B.V., Van
Ommeren Tank Terminal Vlaardingen B.V., Lensveld Stuwadoors B.V.,
Vlaardingen Oost Scheepsreparatie B.V., Mostert Absorbents B.V. en Albatros
Shipping & Transport B.V.;
9. lading : alle door een zeeschip geloste en ingenomen goederen en
verpakkingsmateriaal, containers, trailers en zelfdrijvende laad-bakken, met
uitzondering van de handbagage van passagiers, voor zover deze met
passagiers op hetzelfde schip wordt vervoerd, ballast, brandstof, proviand
en andere voor eigen ge-bruik bestemde scheepsbenodigdheden;
10. lash-schip : een zeeschip dat door zijn inrichting in hoofdzaak bestemd
is en wordt gebruikt voor het vervoer van zelfdrijvende laadbakken;
11. ;lijndienst : een vastgestelde vaart van zeeschepen tussen vaargebieden
onderhouden door een rederij of alliantie waarbij:
- wordt gevaren volgens een minimaal 28 dagen tevoren door de rederij
bekendgemaakt vaarschema van geregelde afvaarten tussen het havengebied van
Rijnmond/Moerdijk en minstens één vaste bestemming overzee;
- in het vaarschema tevens de laatste haven voor en de eerste haven na
Rijnmond/Moerdijk zijn opgenomen;
- de lijndienst opereert volgens het principe van een "common carrier"
hetgeen wil zeggen dat van iedere verlader de aangeboden lading, zover er
ruimte is, wordt geaccepteerd tegen een vastgesteld tarief;
- het schip alleen stukgoed overslaat
12. meetbrief : de geldige meetbrief, bedoeld in artikel 24 van de
Meetbrievenwet 1981 (Stb. 1981, 122);
13. oorlogsschip : een zeeschip dat ten behoeve van de Koninklijke Marine of
de Marine van een vreemde mogendheid wordt gebezigd, waarover een militair
ter zeemacht het bevel voert en dat geheel of gedeeltelijk met militairen is
bemand;
14. plezierjacht : een zeeschip dat uitsluitend wordt gebruikt voor de
recreatie, niet zijnde een cruise-schip of een zeilend
bedrijfsvaartuig;
15. roll-on/roll-off-schip : een zeeschip dat in hoofdzaak is bestemd en
wordt gebruikt voor het vervoer van lading die geheel of ten dele rijdend
aan en van boord wordt gebracht over een tot de vaste uitrusting van een
schip behorende, speciaal daarvoor uitgeruste laadklep;
16. ruwe olie : ruwe aardolie en ruwe oliën uit bitumineuze mineralen als
be- doeld onder nr. 27.09 van de gecombineerde nomenclatuur bedoeld in
artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2658/87, Publicatieblad van de Europese
Gemeenschappen nr. L 256 van 7 september 1987, zoals nadien gewijzigd;
17. samenwerkingsregeling zeehavengeld : de overeenkomst samenwerking
heffing en invordering zeehavengeld, zoals vastgesteld door de gemeenteraad
van Maassluis;
18. scheepsreparatie-inrichting : een inrichting waarvan de hoofdactiviteit
is gelegen in het verrichten of het gelegenheid geven tot het verrichten van
herstellingen aan zeeschepen en die beschikt over speciaal voor dat doel
bestemde en in gebruik zijnde ligplaatsen;
19. schip : elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt
ge-bruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer van personen,
koopwaren, grondstoffen, produkten en voorwerpen van allerlei aard, al dan
niet met het drijvend lichaam één geheel uitmakende;
20. second call : een tweede bezoek binnen een reis van een schip in een
intercontinentale lijndienst;
21. sleepboot : een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting in
hoofdzaakbestemd is of wordt gebruikt voor het slepen, duwen of assisteren
van andere schepen;
22. slops : schadelijke stoffen welke zijn ontstaan als gevolg van het
huishouden van een schip, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet voorkoming
verontreiniging door schepen (Stb. 1983, 683);
23. tankschip : een zeeschip dat geheel of ten dele is bestemd of wordt
ge-bruikt voor het vervoer van vloeibare lading in onverpakte toestand;
24. tarieven : Voor de toepassing van de tarieven van deze verordening
wordtverstaan onder:
1. Achterlandtarief: Een tarief dat alleen van toepassing is voor schepen,
die aan de volgende twee voorwaarden voldoen:
a. Op het Certificaat van Deugdelijkheid van het schip is het vaargebied als
volgt beperkt: de wateren van Eemsmond benoorden de Duitse waddeneilanden
naar de monden van de Weser, Elbe en Eider, door het Noord-Oostzeekanaal
naar de Oostzee tot de lijn Stralsund-Trelleborg, alsmede door de Sont en de
Belten naar het Kattegat tot de lijn Grenaa-Kullen.
b. Het schip bereikt vanuit Harlingen of Delfzijl recht-streeks binnendoor
het Havengebied Rijnmond/Moerdijk en verlaat na vertrek Nederland weer
rechtstreeks binnendoor via de havens van Delfzijl of Harlingen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 1, is dit tarief verschuldigd
in elke haven die in het havengebied Rijn-mond/Moerdijk wordt bezocht. De
verblijfsduur per haven is maximaal 10 dagen.
2. Bunkertarief: : Dit tarief geldt voor een verblijfsduur van ten hoogste
48 uur indien het bezoek uitsluitend wordt gebruikt om te bunkeren.
3. Klaringstarief : Een zeeschip dat één van de havens van het havengebied
Rijnmond/ Moerdijk uitsluitend door de douane wordt in- of uitgeklaard
alvorens door te varen naar het achterland is voor dit in- of uitklaren
telkens het klaringstarief verschuldigd. De verblijfsduur is daarbij beperkt
tot 12 uur.
Voor wat de ligplaatsen betreft zijn er beperkingen in Rotterdam en
Dordrecht. In Rotterdam dient ligplaats gekozen te worden aan de Parkkade of
de Stieltjeskade en in Dordrecht aan de Han-delskade, of voor zeeschepen die
vanwege de aard van hun (gevaarlijke) lading bepaalde afstanden in acht
moeten nemen, op de aangewezen plaats in de Tweede Merwedehaven. Dit tarief
is niet verschuldigd indien het zeeschip ook onder een van de andere
tarieven van de tabel zeehavengeld verschuldigd is.
4. Oplegtarief : Dit tarief is verschuldigd voor elke maand of gedeelte
daarvan, dat het schip na het eerste tijdvak van 2 maanden nog in het
Havengebied Rijnmond/Moerdijk verblijf houdt. Indien gedurende de
tijdvakken, dat dit tarief verschuldigd is lading wordt ingenomen dan wel
gelost, wordt deze geacht te zijn ingenomen danwel gelost tijdens het
tijdvak voordat het oplegtarief van toepassing was.
5. Ruwe aardolietankers
- Schepen die ruwe olie lossen al dan niet in combinatie met laden.
- Schepen die ruwe olie lossen al dan niet in combinatie met lossen en/of
laden van andere goederen.
- Schepen die uitsluitend ruwe olie laden.
6. Shortsea/feedertarief: Dit tarief is van toepassing indien: a. het schip
in lijndienst vaart, b. het schip ten hoogste 6500 BT meet, c. het schip
uitsluitend stukgoed vervoert, d. het vaargebied is beperkt tot Europa, het
Middellandse Zeegebied en de Zwarte Zee, Marokko, de Canarische eilanden,
Madeira en de Kaap Verdische eilanden.
25. ton : een massa van 1.000 kg;
26. vissersschip : een zeeschip dat uitsluitend is bestemd en wordt gebruikt
voor het vangen van vis of van andere levende rijkdommen op zee;
27. werkschip : een zeeschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor de
exploratie dan wel exploitatie van olie- en gasvelden op zee dan wel de
winning van mineralen op zee;
28. zeeschip : elk schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor de vaart
buitengaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Schepenwet (Stbl.
1909, 219); alsmede elk schip dat in verband met sloop of voorgenomen sloop
voor de onder ten eerste bedoelde vaart niet meer wordt gebruikt of de
bestemming daartoe heeft verloren.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van 2013-42 Verordening op de heffing en invordering van zeehavengelden 2014