Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Berekeningsgrondslag, ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Handhavings-, afstemmings- en boeteverordening

Eerste lid: Hier wordt bepaald dat afstemming in principe alleen op de bijstandsnorm plaatsvindt. In artikel 1, eerste lid, onderdeel h van deze verordening is uitdrukkelijk verstaan de daarop van toepassing zijnde norm plus de toeslag. De wet biedt de mogelijkheid om ook de lang-durigheidstoeslag te verlagen, maar daarvoor wordt hier niet gekozen. Tweede lid: Op het eerste lid worden twee uitzonderingen gemaakt. De eerste uitzondering betreft bijzondere bijstand die aan jongeren wordt verstrekt voor noodzakelijke kosten van het bestaan die uitgaan boven de voor jongeren geldende norm. De 18 tot 21-jarigen ontvangen een lage jongerennorm, die indien noodzakelijk wordt aangevuld door middel van aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud. Indien de afstemming alleen op de lage jongerennorm wordt opgelegd, zou dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van 21-jarigen. Daarnaast biedt dit lid de mogelijkheid om gedragingen die verband houden met het vaststellen van of het recht op bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag ook af te stemmen op de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag zelf. Zesde en zevende lid: De eerste twee leden regelen wanneer de verlaging geëffectueerd wordt. Met het zesde lid wordt de mogelijkheid geboden om de afstemming toch te effectueren met terugwerkende kracht, door herziening van de uitkering. Dit zal aan de orde zijn in het geval dat het recht op uitkering in de nog komende maanden niet meer bestaat. Omdat deze methode administratief arbeidsintensief is, heeft deze methode niet de voorkeur. In het geval er sprake is van het niet nakomen van de inlichtingenplicht als gevolg waarvan toch al een terugvordering plaatsvindt, is de extra administratieve last verwaarloosbaar. In dat geval is het gebruik maken van het gestelde in het zevende lid aan de orde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel