Naar hoofdinhoud
Bij het aanvragen van een individuele voorziening worden de beoordelingscriteria gehanteerd zoals benoemd in paragraaf 3.2 van deze beleidsregels. Ruimten De ruimten, die onder de compensatieplicht voor het kunnen voeren van een huishouden vallen, beperken zich tot de woning, exclusief tuin, maar inclusief balkon en berging. Deze ruimten zijn die ruimte die – op het niveau sociale woningbouw- voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Niveau sociale woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt genomen. Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken om hiervan af te wijken. Garages vallen niet onder bedoeld uitrustingsniveau. Een duidelijke begrenzing dus. In het geval dat vanuit welstandstoezicht hogere eisen worden gesteld, kan het college een uitzondering maken op deze bepaling. Over de hiermee gepaard gaande kosten moet in een concrete situatie afspraken worden gemaakt. Voorliggend Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle – al of niet wettelijke - voorliggende voorzieningen  (algemeen gebruikelijke en algemene voorzieningen) meegenomen zijn. Te denken valt aan een glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant, maaltijdservice of gebruik maken van kant-en-klaar maaltijden voor het bereiden van maaltijden en het gebruik maken van een boodschappenservice. Voor de verzorging van kinderen valt te denken aan bijvoorbeeld voorschoolse, tussenschoolse-en naschoolse opvang, kinderopvang etc. Wel dient bekeken te worden of de inzet van deze voorliggende voorzieningen voldoende compenserend zijn en passen bij de persoonskenmerken. Eigen mogelijkheden Vervolgens beoordeelt het college of er oplossingen aanwezig zijn binnen de eigen mogelijkheden of het eigen sociaal netwerk. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor de huishoudelijke werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de handicap, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het huishouden. Wat betreft de zorg voor kinderen wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van ouderschapsverlof. Gebruikelijke zorg Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke zorg. Hierbij wordt de richtlijn ‘Hulp bij het Huishouden’ gehanteerd, opgesteld door de MO-zaak (januari 2011). Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of er sprake is van een huisgenoot wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een zevental etmalen kunnen de niet-uitstelbare taken overgenomen worden. Individueel kan beargumenteerd afgeweken worden van het aantal etmalen. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Bij de textielverzorging betreft het over het algemeen uitstelbare taken. Alleen als de was niet kan blijven liggen zal dat direct moeten gebeuren (bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van kleine kinderen). Individuele voorziening Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college compenseren met een individuele voorziening, te weten het regelen van ondersteuning van huishoudelijke taken. Normtijden De werkzaamheden die onder dit resultaat vallen, zijn genormeerd in tijd, afhankelijk van het aantal personen in het huishouden en de grootte van het huis. Deze normtijden komen uit de richtlijn Hulp bij het Huishouden, opgesteld door de MO-zaak. Er wordt uitgegaan van het aantal kamers, dat gezien de omvang van het huishouden, nodig is en niet met het werkelijke aantal kamers als het huis groter is. Er wordt rekening gehouden met algemeen geldende standaarden ten aanzien van het voeren van een huishouden. Daarbij kan individueel van afgeweken worden indien de persoonskenmerken en behoeften dit noodzakelijk maken. PGB, zorg in natura of PGB – dienstverlening aan huis De hulp kan door het college worden toegekend in zorg in natura, PGB of in de vorm van een PGB – dienstverlening aan huis. De keuze is aan de belanghebbende, met uitzondering van de genoemde beperkingen in het verstrekken van PGB in artikel 22, Verordening. De hulp wordt toegekend in uren en minuten per week. Hulp voor zorg voor kinderen Bij de toekenning van hulp voor zorg voor kinderen stelt het college bij beschikking vast om welke tijdelijke periode het gaat en op welke wijze gezocht dient te worden naar een definitieve oplossing. Mantelzorg Bij het vaststellen van de hulptoewijzing wordt ook afgewogen in hoeverre de sociale omgeving van de belanghebbende bijdraagt aan de compensatie van het probleem (mantelzorg). Dit betekent dus dat het al of niet beschikbaar zijn van mantelzorg niet van invloed is op de indicatie, maar alleen op de hulptoewijzing. Bijvoorbeeld: belanghebbende heeft op grond van de indicatie (waarbij al rekening is gehouden met gebruikelijke zorg) recht op 10 uur hulp per week. Als er 5 uur per week mantelzorg beschikbaar is, wordt 5 uur hulp toegewezen. Op het moment dat de mantelzorg wegvalt, kan op grond van de geldende indicatie de geïndiceerde 10 uur hulp worden ingezet. Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht voor een individuele voorziening ontstaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel