Bij het aanvragen van een individuele voorziening worden de beoordelingscriteria gehanteerd zoals benoemd in paragraaf 2.3.
Hoofdverblijf
In tegenstelling tot de Wvg wordt in de wet niet expliciet vermeld dat de gemeentelijke compensatieplicht alleen geldt voor de inwoners van de gemeente. Artikel 11 van de wet geeft echter wel een aanwijzing in die richting door vermelding van “ingezetenen”, mede gezien het feit dat er met de wet geen inhoudelijke uitbreiding van de werking van de Wvg is beoogd.
In eerste instantie geeft de gemeentelijke basisadministratie uitsluitsel. Voor bepaalde gezondheidszorginstellingen geldt dat de bewoners een briefadres elders kunnen aanhouden. De gemeente waar de aanvrager van de voorziening daadwerkelijk verblijft, heeft de verplichting tot compensatie van beperkingen. In het geval van bewoners van AWBZ instellingen heeft deze verplichting geen betrekking op de woonvoorzieningen.
Onder de Wvg waren bewoners van AWBZ instellingen uitgesloten van het recht op woonvoorzieningen. Een bovenwettelijke uitzondering hierop werd gemaakt voor het zogenaamde bezoekbaar maken van een woonruimte voor bezoek aan ouders of andere familieleden. Omdat met de wet niet wordt beoogd om de omvang van de onder de Wvg geregelde zorgplicht in te krimpen of uit te breiden, is de optie van het bezoekbaar maken in de verordening opgenomen in artikel 12 lid 10. Verdere verplichtingen dan hier genoemd in de verordening heeft de gemeente derhalve niet. “Bezoekbaar maken” wordt in de verordening daarom gelimiteerd tot het bereikbaar maken van de woonruimte zelf en enkele essentiële ruimten daarin, en kan bovendien in financiële zin worden gemaximeerd, zie Besluit artikel 17. Onder de Wvg werd hiervoor het bedrag gehanteerd dat gelijk was aan het bedrag voor een verhuiskostenvergoeding.
Woning
Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Daarbij mag er vanuit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de toekomst.
Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Naast woningen kunnen ook woonwagens met een vaste standplaats, woonschepen met een ligplaats en het woonverblijf van binnenschepen worden aangepast.
Woonvoorziening
Een woonvoorziening kan worden omschreven als: elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een persoon bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, met dien verstande dat bij een voorziening als woonvoorziening wordt aangemerkt als de voorziening:
gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen of;
een uitraasruimte betreft
Elementaire woonactiviteiten
Doel van de woonvoorziening is het compenseren van ergonomische beperkingen die iemand ondervindt bij het voeren van een huishouden. Het gaat daarbij om belemmeringen die normale elementaire woonactiviteiten bemoeilijkt of onmogelijk maken zoals:
het bereiden van eten
slapen
lichaamsreiniging
verzorgen van kinderen (waaronder het veilig kunnen spelen van een kind)
De daarvoor bestemde ruimten moeten bruikbaar zijn voor de functies waarvoor ze bestemd zijn.
Het gebruik van hobby-, werk- of recreatieruimte valt dan ook niet onder de compensatieplicht van de gemeente.
Ergonomische beperkingen
Onder ergonomische beperkingen wordt verstaan belemmeringen die rechtstreeks ondervonden worden als gevolg van de beperkingen van belanghebbende in een woonruimte wat betreft bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid, welke ten gevolge van de bouwkundige en woontechnische opzet van de woning of haar ligging in een woongebouw niet afdoende kunnen worden ondervangen.
Afweging verhuizen of aanbouw
Het college beoordeelt allereerst of het resultaat “wonen in een geschikt huis’’ ook te bereiken is via een verhuizing. Het bedrag van kosten woningaanpassing waarboven verhuizing voorrang heeft op de aanpassing van de huidige woning staat opgenomen in het Besluit, art. 19.
Als er sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het college ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning.
Als voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat er een aanbouw geplaatst wordt besluit het college vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties.
Eigen mogelijkheden
Als het gaat om een aanbouw bij een eigen woning zal het college allereerst beoordelen wat iemands mogelijkheden zijn om uit een oogpunt van kosten zelf in compenserende voorzieningen te voorzien.
Inpandig voor uitbreiding woning
Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de situatie van een ruime benedenwoning, zal allereerst die situatie worden beoordeeld, voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt.
Belang mantelzorgers
Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden