Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Vormen van verstrekking

Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden

Verhuiskosten Als de hiervoor genoemde afwegingen tussen aanpassen of verhuizen of verlenen van een woonvoorziening van niet-bouwkundige of woontechnische aard is gemaakt en leidt tot het besluit een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten te verlenen dan moet nog het volgende in acht worden genomen. De verordening stelt in artikel 12, lid 7 ad b, de voorwaarde dat de voorziening niet wordt verleend als de belanghebbende niet is verhuisd naar de op dat moment beschikbare meest geschikte woning (tenzij daarvoor van te voren schriftelijke toestemming is verleend).  De achterliggende gedachte bij deze bepaling is dat de oude woonsituatie beoordeeld moet zijn. Immers, het moet duidelijk zijn dat verhuizen in de gegeven situatie de adequaat goedkoopste oplossing is. Binnen de gemeente Leeuwarden is het uit praktische overwegingen mogelijk dat, ondanks het feit dat er nog geen beschikking is afgegeven, met schriftelijke toestemming er al wel verhuisd kan worden wanneer de oude woonsituatie eenmaal beoordeeld is. Uiteraard zal door de uitvoeringsorganisatie bekeken worden of de nieuwe woning die de belanghebbende op het oog heeft voor hem of haar als adequaat is aan te merken. De verhuiskostenvergoeding kan tevens worden verstrekt aan een bewoner van een aangepaste woning die zelf geen beperkingen heeft, als deze op verzoek van de gemeente de aangepaste woning vrijmaakt voor een persoon met beperkingen. Voor verhuizing en herinrichting wordt een forfaitaire vergoeding gegeven waarvan de hoogte is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden. De tegemoetkoming wordt verstrekt los van de werkelijk gemaakte kosten en los van het inkomen van de belanghebbende. Ook voor het vrijmaken van de woning ten behoeve van iemand met beperkingen wordt dit bedrag gehanteerd. Bouwkundige of woontechnische voorzieningen Leiden de afwegingen niet tot het besluit om een verhuiskostenvergoeding toe te kennen dan kan een woningaanpassing of een woonvoorziening van  bouwkundige of woontechnische aard worden verleend. De verordening geeft  enkele voorwaarden voor het verstrekken van deze woonvoorzieningen aan. Het gaat om de volgende voorwaarden: de ergonomische belemmeringen mogen niet voorvloeien uit de aard van de gebruikte bouwkundige materialen in de woning; de voorziening wordt aan het hoofdverblijf getroffen tenzij het gaat om het bezoekbaar maken van een woning voor een bewoner van een AWBZ-instelling; de belanghebbende moet verhuisd zijn naar de voor zijn of haar belemmeringen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij er vooraf  schriftelijk toestemming is verleend. Het toekennen van een vergoeding voor het bezoekbaar maken van de woning is ook mogelijk in die situatie dat bijvoorbeeld een gehandicapt kind van gescheiden ouders de woning van de ouder waarbij het kind niet woont bezoekt. Woonwagen en woonschip Een tegemoetkoming in de kosten van woningaanpassing kan ook worden toegekend aan betrokkenen die in een woonwagen of op een woonschip of binnenschip wonen. Er gelden in deze gevallen extra voorwaarden. Een woonwagen en een woonschip moeten nog een technische levensduur van tenminste vijf jaar hebben. Ook de stand- en ligplaats moet nog zeker vijf jaar blijven bestaan. De hoofdbewoner van een woonwagen moet over een bewoningsvergunning beschikken. Als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan dan kunnen de kosten van aanpassing overeenkomstig die van woningaanpassingen worden vastgesteld. Als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan kan een forfaitaire financiële tegemoetkoming worden verstrekt, zoals vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden. Een voorziening aan een binnenschip kan slechts aan het woongedeelte worden aangebracht en het schip moet geregistreerd zijn en bedrijfsmatig worden gebruikt. Immers, wanneer dit niet het geval is ligt het verhuizen naar een adequate woning op de wal meer voor de hand. Extra voorwaarden Voor het verlenen van een woningaanpassing gelden, boven op de algemeen geformuleerde voorwaarden, nog een aantal extra voorwaarden: de werkzaamheden mogen niet zonder schriftelijke toestemming worden begonnen; door de gemeente aangewezen personen moeten toegang tot de woonruimte krijgen, inzicht krijgen in de bescheiden en de tekeningen en de aanpassing kunnen controleren; binnen 15 maanden na toekenning moet de aanpassing gereed gemeld worden. Nadat is voldaan aan de voorwaarden en een voorlopige beslissing is uitgereikt op basis van de geraamde kosten kan begonnen worden met de realisering van de aanpassing. Uitgangspunt bij de woningaanpassing is, dat het woonprobleem dat betrokkene ondervindt, opgelost moet worden. Bij het formuleren van een programma van eisen waaraan een voor betrokkene geschikte woning moet voldoen, speelt een aantal factoren een rol. Hierbij wordt gedacht aan onder meer de ernst en omvang van de beperkingen, een stationair of progressief ziektebeeld, de bouwkundige situatie, de financiële situatie en de verschillende alternatieve oplossingen. Bovenstaande factoren spelen een rol bij de besluitvorming van de gemeente over welke voorziening zij beschikbaar stelt. Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassing wordt aangesloten bij het niveau voor sociale woningbouw, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit. Aan de hand van dit niveau wordt vastgesteld hoe hoog de kosten van de te verstrekken voorziening kunnen zijn. Een andere situatie doet zich voor als de gemeente bijvoorbeeld uit welstandsoogpunt een hoger kwaliteitsniveau nastreeft. In die situatie kan dan een kwalitatief betere aanpassing als adequaat beschouwd en dus worden vergoed. Bij het beoordelen of een voorziening doelmatig en/of adequaat is hoeft de gemeente niet alleen naar de kosten van de aanpassing sec te kijken. Ook de mate van duurzaamheid en de mogelijkheid van het eventueel aan een andere betrokkene toewijzen van de aangepaste woning kunnen een rol spelen. De kosten van de woningaanpassing dienen te worden bepaald. Een manier om de kosten te bepalen is het opvragen van offertes aan verschillende aannemers. Binnen Leeuwarden wordt met de voorlopige toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van woningaanpassing altijd een begroting meegezonden. Betrokkene die eigenaar van de aan te passen woning zijn, kunnen daarmee een aannemer benaderen en een offerte vragen. Wijkt de offerte veel af van de begrote kosten (meer dan 10%), dan zal vooraf overleg plaats moeten vinden voordat begonnen kan worden met de werkzaamheden. Voor wat betreft de bewoners van huurwoningen vindt een zelfde soort handelwijze plaats naar de woningcorporaties. De definitieve kosten kunnen pas worden bepaald nadat de aanpassing gereed is gemeld. De gereedmelding houdt in dat is voldaan aan de voorwaarden waaronder de beschikking is verleend en bevat het verzoek tot uitbetaling van de financiële tegemoetkoming.. Inmiddels is ten aanzien van woningaanpassingen in het kader van de Wmo de nodige jurisprudentie gevormd. Globaal kan worden gezegd dat die kosten die nodig zijn om een woning te laten voldoen aan de “eisen des tijds”, bijvoorbeeld een centrale verwarming, tweede toilet maar ook kosten voortkomend uit achterstallig onderhoud van de woning, worden niet vergoed, omdat deze als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of woontechnische aard Naast aanpassingen aan de woning zelf, die meestal in de vorm van een financiële tegemoetkoming worden verstrekt  kan een belanghebbende ook in aanmerking worden gebracht voor een woonvoorziening van niet bouwkundige- of woontechnische aard. Grofweg gaat het om twee categorieën: a.  woningsanering en rolstoelvast tapijt (financiële tegemoetkomingen) b.  woonvoorzieningen in natura, zoals de patiëntenlift en de losse voorzieningen voor baden, douchen en toiletgebruik Een aantal van de woonvoorzieningen genoemd onder b. kunnen ook via een uitleenorganisatie worden geleend, hetgeen kan helpen een periode te overbruggen waarin een definitieve voorziening nog niet gerealiseerd is. Ad a. Woningsanering en rolstoelvast tapijt Een belanghebbende kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van woningsanering indien de beperkingen voortkomen uit astma of allergie, mits de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning. Als het medisch noodzakelijk en urgent is kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten  van vervanging van de vloerbedekking en gordijnen in woon- en slaapkamer. Chronische luchtwegklachten die verband houden met een allergie voor huisstofmijt kunnen verminderen als in de directe omgeving het contact met de huisstofmijt zo gering mogelijk is. De plaats waar het contact met de huisstofmijt het grootst is, is de slaapkamer waar men gedurende een groot aantal uren per dag verblijft en met name het bed, waarin de huisstofmijt zich goed kan ontwikkelen gezien de temperatuur en het vochtgehalte. De woonkamer kan, bijvoorbeeld wanneer dit een vertrek is waarin overdag “overwegend wordt verbleven” al naar gelang de omstandigheden eveneens worden gesaneerd. In de regel zal dit bij kleine kinderen voor wie een noodzaak bestaat tot woningsanering en die overdag op de woonkamervloer spelen  het geval zijn. Sanering is slechts mogelijk als een duidelijke diagnose is gesteld door de huisarts of specialist. De noodzaak tot het verstrekken van een vergoeding, wordt mede in relatie tot het leefpatroon, de leefregels, de gehele woninginrichting en ventilatiemogelijkheden en leefgedrag bepaald. Wanneer iemand bij de aanschaf van de te vervangen vloerbedekking of gordijnen had kunnen weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert wordt evenmin een vergoeding verleend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, wanneer de belanghebbende al jaren bekend is met deze klachten en/of al eens eerder saneringsadviezen heeft gehad. Wanneer iemand aangewezen is geraakt op het gebruik van een rolstoel voor verplaatsingen binnenshuis, kan er een noodzaak ontstaan de bestaande vloerbedekking te vervangen door rolstoelvast tapijt. Overigens moet worden opgemerkt dat veel van de vloeren ook met de bestaande bedekking (hout, laminaat, linoleum, laagpolig tapijt etc.) geschikt zijn voor rolstoelgebruik. Voor het verstrekken van bovengenoemde voorzieningen geldt dat dit alleen mogelijk is in die gevallen dat de betreffende zaken nog niet zijn afgeschreven en het medisch gezien noodzakelijk is dat deze direct vervangen worden. Anders is het mogelijk dat een en ander binnen het “normale” patroon van vervanging wordt meegenomen. Als een artikel is afgeschreven wordt er geen vergoeding verleend. De gemeente kiest ervoor om bij de bepaling van de financiële tegemoetkoming rekening te houden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode van de te vervangen zaken, zoals opgenomen in het Besluit art. 15. De te vergoeden bedragen zijn opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden. Om het te vergoeden bedrag vast te stellen wordt de volgende berekening gemaakt: vloerbedekking: het aantal vierkante meters maal het te vergoeden bedrag gordijnen: 1,5 maal de breedte, gedeeld door de lengte plus 10 centimeter maal het te vergoeden bedrag per meter (baanbreedte stof 1,2 meter) Ad b. Woonvoorzieningen in natura. De verordening geeft aan dat woonvoorzieningen eveneens kunnen bestaan uit een verstrekking in natura. Een dergelijke voorziening kan zowel een voorziening in eigendom als een voorziening in bruikleen zijn. Om te bepalen of een woonvoorziening in eigendom dan wel in bruikleen wordt verstrekt kunnen ondermeer  overwegingen van hygiëne, alsook de mogelijkheid tot herverstrekking een rol spelen. Zo wordt bijvoorbeeld een toiletstoel over het algemeen bij voorkeur in eigendom verstrekt en een patiëntenlift in bruikleen. Globaal gezien kennen we de volgende woonvoorzieningen in natura 1. de (mobiele) patiëntenlift 2. de losse hulpmiddelen voor douchen, baden en toiletgang 3. de traplift Ook voor deze voorzieningen geldt weer dat ze ook in de vorm van een persoonsgebonden budget kunnen worden verleend. ad 1 Patiëntenliften Het verticale transport van een gehandicapte vanuit een bed naar de rolstoel kan in een aantal gevallen problemen opleveren. Niet in alle gevallen kan een hoog- laag bed het probleem oplossen en biedt de patiëntenlift wel een oplossing. Een patiëntenlift wordt in een aantal gevallen ook gebruikt voor het verplaatsen van bijvoorbeeld van het bed naar de douche of het bad. Er zijn zowel vaste als mobiele patiëntenliften. Vaste patiëntenliften worden meegenomen in het kader van een bouw- of woontechnische aanpassing. De keuze voor een bepaald soort patiëntenlift wordt voor een groot deel bepaald door de bouwkundige situatie ter plekke, de beschikbare ruimte en de noodzakelijke lichaamsondersteuning. Gezien het feit dat de patiëntenlift zich makkelijk leent voor herverstrekking, wordt deze bij naturaverstrekking in bruikleen verstrekt. ad 2  Losse hulpmiddelen voor douchen, baden en toiletgang Veel verstrekte voorzieningen zijn de douchestoel en de toiletstoel . Daarnaast kennen we de badlift, het badzitje, de douchestretcher, aangepaste box, de aankleedtafel enzovoort. Al deze voorzieningen kunnen door de gemeente bij naturaverstrekking óf in bruikleen óf in eigendom worden verstrekt. ad 3  De traplift Door ervaringen die in de praktijk met woningaanpassingen zijn opgedaan, worden trapliften als woonvoorziening bij naturaverstrekking in beginsel in bruikleen verstrekt. Hierdoor wordt voorkomen dat eenmaal in particuliere woningen aangebrachte trapliften bij het verhuizen van de eigenaar/bewoner verloren gaan. Door bruikleenverstrekking is de mogelijkheid van herverstrekking sterk vergroot. Tijdelijke huisvesting Er kan zich een situatie voordoen dat een belanghebbende als gevolg van het realiseren van de woningaanpassing zijn huidige woning of nog te betrekken woning niet kan bewonen. Deze situatie heeft dubbele woonlasten tot gevolg. Hiervoor kan de belanghebbende een tegemoetkoming krijgen als hij de dubbele woonlasten redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen. De financiële tegemoetkoming kan voor maximaal 6 maanden worden verleend voor het tijdelijk betrekken van een (niet)zelfstandige woonruimte of het langer aanhouden van de te verlaten woonruimte. Indien belanghebbende in het kader van tijdelijke huisvesting, kosten maakt voor twee woningen, worden de kosten voor de goedkoopste woning door de gemeente gecompenseerd. De financiële tegemoetkoming bedraagt de werkelijk gemaakte kosten met een maximumbedrag genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden. Huurderving Er kan voor 6 maanden een financiële tegemoetkoming worden verleend als een aangepaste woning leeg komt te staan. Om voor een dergelijke vergoeding in aanmerking te kunnen komen moeten de kosten van de in deze woning aangebrachte aanpassingen  in ieder geval substantieel zijn. Het minimale bedrag van deze kosten is opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden. Over het algemeen is het moeilijker is voor een dergelijke woning een geschikte huurder te vinden. Door de eigenaar van de woning een tegemoetkoming te verstrekken, kan worden bevorderd, dat de woning beschikbaar blijft voor een andere belanghebbende. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal het bedrag van de subsidiabele huur zoals bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag (Wet op de huurtoeslag artikel 13, lid 2). Binnen de gemeente Leeuwarden komt het vrijwel niet voor dat een eenmaal aangepaste woning lang leeg staat, aangezien er een registratie is van gehandicapten die voor een aangepaste woning in aanmerking willen komen. Onderhoud, reparatie en keuring Voorzieningen die (elektrisch) beweegbaar zijn en daarom kunnen slijten, hebben periodiek onderhoud en/of  reparatie nodig. Voor sommige voorzieningen zijn  ook periodieke keuringen nodig om de veiligheid te garanderen. Om voor vergoeding van deze kosten in aanmerking te kunnen komen, moet het gaan om kosten die verband houdend met voorzieningen die verstrekt zijn in het kader van de Wmo, Wvg, of voorgaande regelingen. Bovendien moet de belanghebbende de woonruimte waarin zich de voorziening bevindt als hoofdverblijf bewonen. Het gaat om een beperkt aantal, hieronder genoemde voorzieningen. Alleen de werkelijk gemaakte en als noodzakelijk beoordeelde kosten van keuring, onderhoud en reparatie aan de hieronder genoemde voorzieningen/onderdelen komen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming: a.  trapliften b.  rolstoelplateauliften c.  woonhuisliften d.  hefplateauliften e.  de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel f.  elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren g.  toiletten voorzien van een onderspoel- en föhninrichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel