1.. 1.Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waarvoor hij bij voorrang een

inburgeringsvoorziening kan vaststellen op basis van de volgende criteria:

  • - de inburgeringsplichtige die houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld in

artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000;

  • - de inburgeringsplichtige die geestelijk bedienaar is.

2.. Het college kan een inburgeringsvoorziening aanbieden aan:

  • - de inburgerinsgplichtige die een uitkering ontvangt op grond van de Wet Werk en Bijstand in combinatie met een traject gericht op arbeidsinschakeling;
  • - de oudkomer die geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid, algemene bijstand of

een andere uitkering geniet.