De raad van de gemeente Baarn

  • - gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 november 2012;
  • - gehoord het Debat in de raad d.d. 6 december 2012; - gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

    Besluit:

    vast te stellen de:

    VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN

    PRECARIOBELASTING2013

    Artikel 1

    Begripsomschrijvingen

    Deze verordening verstaat onder een:

    • - uur: een periode van 60 achtereenvolgende minuten, of een gedeelte daarvan;
    • - dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
    • - week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
    • - maand: een kalendermaand;
    • - seizoen: de periode waarvoor de vergunning is verleend, dan wel in geval geen vergunning is verleend, de periode van 1 maart tot en met 31 oktober;
    • - jaar: een kalenderjaar;
    • - vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

    Artikel 2

    Belastbaar feit

    Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

    Artikel 3

    Belastingplicht

    • - De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
    • - In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

    Artikel 4

    Vrijstellingen

    De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van:

    • - voorwerpen, indien de gemeente voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
    • - voorwerpen waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
    • - buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater;
    • - afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 12 centimeter buiten de gevel uitsteken.

    Artikel 5

    Maatstaf van heffing en tarief

    De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met in achtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

    Artikel 6

    Berekening van de precariobelasting

    • - Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
    • - Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
    • - De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige driehoek.
    • - Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van de vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.
    • - Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
    • - In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar

    geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld

    met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar

    geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand

    gelijkgesteld met een maand.

    7.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

    Artikel 7

    Heffingstijdvak

    • - In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van een voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
    • - In andere gevallen dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

    Artikel 8

    Wijze van heffing

    De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

    Artikel 9

    Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

    • - In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
    • - Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
    • - Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing naar de jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

    Artikel 10

    Betalingstermijnen

    • - De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
    • - In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
    • - De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

    Artikel 11

    Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting.

    Artikel 12

    Overgangsrecht

    De “Precarioverordening 2012”, vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

    Artikel 13

    Inwerkingtreding

    • - Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
    • - De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.

    Artikel 14

    Citeertitel

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening precariobelasting 2013”.

    Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

    van de raad van de gemeente Baarn, gehouden

    op 19 december 2012

    de griffier, de voorzitter,

    Tarieventabel, behorende bij de “Verordening precariobelasting 2013”

    Nr.OmschrijvingEenheidTarief in €Per tijdseenheid
    Hoofdstuk 1: Algemeen
    1.1.Het tarief bedraagt voor voorwerpen waarvoor elders in de tarieventabel geen afzonderlijk tarief is opgenomen:
    1.1.1.per m²0,43dag
    1.1.2.per m²2,39week
    1.1.3.per m²4,70maand
    1.1.4.per m²42,45jaar
    Hoofdstuk 2: Bouwmaterialen en dergelijke
    2.1.Het tarief bedraagt voor bouwmaterialen, zoals keten, loodsen bouwwerktuigen, schuttingen, stellingen, kranen of enig ander werktuig ten dienste van bouwwerken, andere dan die genoemd onder 2.2
    2.1.1.per m²2,37week
    2.1.2.per m²8,45maand
    2.1.3.per m²15,602 maanden
    2.1.4.per m²20,203 maanden
    2.1.5.per m²24,404 maanden
    2.1.6.per m²28,805 maanden
    2.1.7.per m²33,206 maanden
    2.1.8.per m²37,657 maanden
    2.1.9.per m²42,008 maanden
    2.1.10.per m²46,259 maanden
    2.1.11.per m²50,4510 maanden
    2.1.12.per m²55,0511 maanden
    2.1.13.per m²59,,3512 maanden
    2.2Het tarief bedraagt voor een stut, schoor of paalper stuk1,59week
    Hoofdstuk 3: Rijwielrekken
    3.1.Het tarief bedraagt voor rijwielrekken, per in beslag genomen ruimte zonder rijwielenper m²20,65jaar
    Hoofdstuk 4: Terrassen
    4.1.Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder op of boven een terras voor cafés retaurants, lunchrooms en soortgelijke inrichtingen
    4.1.1.tot 30 m2per m²530,65seizoen
    4.1.2.van 30 tot 60 m2per m²1.137,45seizoen
    4.1.3.groter dan 60 m2per m²1.895,60seizoen
    4.1.4.Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder op of boven een terras voor cafés retaurants, lunchrooms en soortgelijke inrichtingen
    4.1.5.tot 30 m2per m²682,50jaar
    4.1.6.van 30 tot 60 m2per m²1.364,60jaar
    4.1.7.groter dan 60 m2per m²2.274,50jaar
    Hoofdstuk 5: Zonneschermen
    5.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van zonneschermenper stuk78,90jaar
    Hoofdstuk 6: Luifels
    6.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van een luifel
    6.1.1tot 5 m2197,15jaar
    6.1.2van 5 m2 tot 10 m2315,40jaar
    6.1.3.groter dan 10 m2405,90jaar
    Hoofdstuk 7: Uitstallingen
    7.1.Het tarief bedraagt voor uitstallingen ten behoeve van reclame- en verkoopdoeleinden:
    7.1.1.tot 7 m2per m²236,10seizoen
    7.1.2.van 7 tot 12 m2per m²400,20seizoen
    7.1.3.12 m2 of meerper m²1.182,75seizoen
    7.2Het tarief bedraagt voor uitstallingen ten behoeve van reclame- en verkoopdoeleinden:
    7.2.1.tot 7 m2per m²275,55jaar
    7.2.2.van 7 tot 12 mper m²630,90jaar
    7.2.3.12 m2 of meerper m²1.340,35jaar
    Hoofdstuk 8: Standplaatsen
    8.1.Het tarief bedraagt voor standplaatsen,ingenomen door voertuigen,wagens, kramen, tenten en /of andere voorwerpen voor de verkoop of tentoonstellen van goederen, anders dan standplaatsen op de daarvoor aangewezen markten:
    8.1.1.per m²3,45dag
    8.1.2.gedurende 1 dag per weekper m²8,70maand
    8.1.3.gedurende 2 dagen per weekper m²15,60maand
    8.1.4.gedurende 3 dagen of meer dagen per weekper m²25,85maand
    8.2.Het tarief bedraagt voor standplaatsen,ingenomen door voertuigen,wagens, kramen, tenten en /of andere voorwerpen voor de verkoop of tentoonstellen van goederen, anders dan standplaatsen op de daarvoor aangewezen markten:
    8.2.1.gedurende 1dag per weekper m²25,85jaar
    8.2.2.gedurende 2 dagen per weekper m²41,40jaar
    8.2.3.gedurende 3 of meer dagen per weekper m²81,50jaar
    De in hoofdstuk 8 genoemde belasting bedraagt nooit minder dan € 16,90.
    Hoofdstuk 9: Plaatsen van voertuigen
    9.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van een standplaats op een daartoe in het bijzonder ingericht parkeerterrein:
    9.1.1.autobusper stuk39,40maand
    9.1.2.autobusper stuk394,05jaar
    9.1.3.autoper stuk12,50maand
    9.1.4.autoper stuk96,20jaar
    Hoofdstuk 10: Installaties voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen,olie, lucht of water
    10.1.Het tarief bedraagt:
    10.1.1.voor een aftappunt met toebehoren voor motorbrandstof of olieper stuk275,90jaar
    10.1.2.voor een aftappunt met toebehoren voor lucht of waterper stuk141,80jaar
    10.1.3.voor een vulput, kraanput en dergelijkeper stuk26,65jaar
    10.1.4.voor een tank voor motorbrandstof of olie tot 4000 liter inhoudper stuk118,20jaar
    10.1.5.voor een tank voor motorbrandstof of olie met een inhoud van 4000 liter inhoud of meerper stuk236,25jaar
    Hoofdstuk 11: Gebruik openbare kaden en steigers
    11.1.Het tarief bedraagt voor ladingsteigers, vlonders en plankieren:
    11.1.1.per m²1,59maand
    11.1.2.per m²12,05jaar
    Hoofdstuk 12: Telefooncellen
    12.1.Het tarief bedraagt voor
    12.1.1.het hebben van een telefooncelper stuk229,65jaar
    12.1.2.het hebben van een telefoonkapper stuk229,65jaar
    Hoofdstuk 13: Kabels en leidingen
    13.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van
    13.1.1.buizen, kabels of leidingen voor gas, water en elektriciteit, per strekkende meter0,54jaar
    13.1.2.overige draden en kabels, per strekkende meter0,54jaar

    Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2012, nummer 12RV000063,

    de griffier, de voorzitter,