Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Begripsbepalingen.

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek 2013

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning. Compensatiebeginsel: het treffen van voorzieningen voor een persoon die beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, en die hem in staat stellen tot het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel of het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden. Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden. Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet. Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning, het zich in en om de woning verplaatsen, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van snelle beschikbaarheid en die een snelle en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt. i. Eigen bijdrage: een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek vast te stellen geldelijke bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek van toepassing zijn. Eigen aandeel: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen geldelijk aandeel in de kosten, die bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming (eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek van toepassing zijn. Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek te stellen regels van toepassing zijn. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening. Huisgenoot: iedere minderjarige of meerderjarige persoon die met de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is. Inkomen: het netto-inkomen van de persoon met beperkingen; het gezamenlijk netto-inkomen van de ouders of pleegouders van de persoon met be- perkingen, indien de persoon met beperkingen jonger is dan 18 jaar en geen echt- genoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 van de wet; het gezamenlijk netto-inkomen van de persoon met beperkingen en zijn echtgenoot, indien de persoon met beperkingen een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 van de wet. Het college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel