Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Toegang.

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Laarbeek 2013

1. Een voorziening kan slechts worden toegekend voorzover: deze langdurig noodzakelijk is ter compensatie van de beperkingen die een aanvrager ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie en hem in staat stelt tot het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; de hulp bij het huishouden kan hierop een uitzondering vormen; deze, wanneer naar objectieve maatstaven gemeten meerdere voorzieningen adequaat zijn, als de minst dure voorziening kan worden aangemerkt. 2. Voor zover ze adequaat zijn hebben algemene voorzieningen voorrang boven individuele voorzieningen. Dit primaat van de algemene voorzieningen geldt voor alle hoofdstukken binnen deze verordening. 3. Geen voorziening kan worden toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Laarbeek; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt en waarvan de noodzaak niet meer kan worden vastgesteld. Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid om de gevraagde voorziening op grond van dit artikel te weigeren, indien het college uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven tot het maken van de kosten; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. indien het compenseren van de beperking tot de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager wordt gerekend; i.voorzover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling of enige privaatrechtelijke verbintenis bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel