De verlaging bedoeld in artikel 34 van de wet is als volgt vastgesteld:
- - in afwijking van artikel 3 bedraagt de toeslag 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande van 22 jaar in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
- - in afwijking van artikel 3 bedraagt de toeslag 5 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande van 22 jaar in wiens woning één of meer anderen het hoofdverblijf hebben;
- - in afwijking van artikel 3 bedraagt de toeslag 5 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande van 21 jaar in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
- - in afwijking van artikel 3 bedraagt de toeslag 2 en een half procent voor de alleenstaande van 21 jaar in wiens woning één of meer anderen het hoofdverblijf hebben.