De toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt:

  • - 50 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande;
  • - 70 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder;
  • - 80 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden.