**1..** Het college kan uitkeringsgerechtigden die tijdelijk geheel of gedeeltelijk ontheven zijn van de verplichtingen op grond van artikel 7 eerste lid van deze verordening, een traject aanbieden gericht op het verbeteren van kwaliteiten van de uitkeringsgerechtigde als voortraject van een re-integratietraject.
**2..** De afspraken die het college maakt met de uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een traject gericht op arbeidsactivering, zoals het doel, de inhoud, de wijze van begeleiding en de duur van het traject, worden vastgelegd in een traject.
**3..** Het college kan een traject gericht op arbeidsactivering beëindigen als:
een uitkeringsgerechtigde die deelneemt niet meer tot de doelgroep als genoemd in artikel 2 behoort;
het traject naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan het behalen van de in het traject omschreven doelstelling; in dat geval spant het college zich in om een ander passend traject op arbeidsactivering aan te bieden dan wel een andere vorm van ondersteuning te bieden;
de uitkeringsgerechtigde zich naar het oordeel van het college onvoldoende inspant om het traject conform de in het trajectplan gemaakte afspraken uit te voeren.
**4..** Bij beëindiging van een traject gericht op arbeidsactivering op grond van het derde lid sub c van dit artikel kan het college de uitkeringsgerechtigde voor een bepaalde periode uitsluiten van deelname aan (onderdelen van) het traject gericht op arbeidsactivering. De periode van uitsluiting bedraagt ten hoogste twaalf maanden.
**5..** Wanneer het college gebruik maakt van de bevoegdheid als bedoeld in het vierde lid, houdt het college rekening met de afwegingscriteria zoals gesteld in artikel 2 tweede lid en artikel 6 van de Afstemmingsverordening. Het gebruik van deze bevoegdheid laat onverlet dat het college op grond van de Afstemmingsverordening nog een afzonderlijk maatregelenbesluit kan nemen.