De voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling zijn onder te verdelen in ondersteuning bij arbeidsinschakeling, werkervaring en arbeidsactivering. Scholing, schuldhulpverlening en kinderopvang kunnen deel uit maken van deze voorzieningen.
Het college kan aan ondernemingen waarbij een belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid heeft aanvaard, niet zijnde een voorziening als bedoeld in artikel 12, voorzieningen bieden gericht op nazorg.
Het college kan voordat besloten wordt tot een re-integratietraject en/of de inzet van voorzieningen een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor de belanghebbende van de voorzieningen of andere vormen van begeleiding.
Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden die verband houden met aard en doel van de voorziening.
Het college kan een voorziening beëindigen indien:
de belanghebbende die aan een voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 6 van deze verordening, dan wel in artikel 9 en 9a van de WWB niet nakomt;
de belanghebbende die aan voorziening deelneemt niet meer tot de doelgroep als genoemd in
artikel 2 behoort;
de belanghebbende die deelneemt aan een voorziening neveninkomsten heeft, die naar het oordeel van het college betekenen dat ook zonder voorziening een plaats is te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
het college een andere voorziening geschikter acht voor belanghebbende, gelet op het gestelde in artikel 9 eerste en tweede lid van deze verordening.
het college kan voor de uitvoering van voorzieningen afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven.
Hoofdstuk
Artikel 8
- Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
Onderdeel van Re-integratieverordening 2009