Algemeen:
Realisatie op jaarbasis van maximaal 53 peuterplaatsen Voorschoolse educatie, door een of meerdere partijen;
Realisatie op jaarbasis van maximaal 10 kleuterplaatsen Vroegschoolse educatie, door een of meerdere partijen;
Realisatie Voorschoolse educatie in De Bilt, Bilthoven en Maartensdijk op een of meerdere locaties;
Voor VVE kinderen in de kleine kernen wordt zo mogelijk een oplossing gezocht vanuit de centrale VVE locaties;
Er wordt gemeentebreed gewerkt met hetzelfde programma VVE.
Specifieke bepalingen gericht op de aanvrager:
Voldoen aan de wettelijke eisen die gelden voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie (Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de Wet op het Primair Onderwijs, de Wet op het Onderwijstoezicht, Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie);
Registratie in het Landelijk register Kinderopvang en Peuterspeelzalen;
Er wordt medewerking verleend aan onderzoeken door de GGD in hoeverre voldaan wordt aan de wettelijke eisen. Eventuele tekortkomingen worden adequaat en binnen de gestelde termijnen opgelost;
De aanvraag om subsidieverlening moet zijn voorzien van:
Een opgave van het aantal kinderen c.q. doelgroepkinderen voor wie de activiteiten worden uitgevoerd, gerubriceerd naar locatie/kern;
Een beschrijving van het uit te voeren VVE programma zoals bedoeld in artikel 1.
Het activiteitenplan moet zijn voorzien van informatie over:
Spreiding van de activiteiten over de gemeente De Bilt;
Het bereik van de activiteiten uitgedrukt in aantallen doelgroepkinderen en uitgedrukt in een percentage van het totale aantal doelgroepkinderen;
Het te volgen VVE programma als de aanvraag de uitvoering van VVE-programma’s betreft.
De subsidieontvanger moet een ouderbijdrage heffen voor elk kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie. De ouderbijdrage voor elk kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie mag niet hoger zijn dan de bijdrage die zij op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen zouden betalen als zij recht zouden hebben op de maximale kinderopvangtoeslag.
Er mogen maximaal 16 kinderen in één groep zitten;
Er dient sprake te zijn van gemengde groep(en) waarbij (indien mogelijk) maximaal 30% tot de doelgroep voor VVE behoort (maximaal 5 peuters op een groep van 16 peuters);
Er is sprake van een maximale bezetting van 80 – 100% per groep;
Per groep moeten tenminste 2 volledig gecertificeerde (PW3) leidsters inclusief kennis van VVE c.q. VVE programma werkzaam te zijn;
De subsidieontvanger moet zijn activiteiten afstemmen met andere voorschoolse en vroegschoolse instellingen voor zover het college dat bij beschikking heeft bepaald.
Een VVE-programma dient te worden uitgevoerd gedurende:
10 - 12 uur per week;
40 weken per jaar.
De subsidieontvanger moet de ouders stimuleren om deel te nemen aan het programma Opstap(je) of VVE thuis.
De subsidieontvanger werkt actief mee aan de realisatie van een doorgaande lijn van voorschool naar vroegschool;
De subsidieontvanger heeft een pedagogisch beleidsplan;
De subsidieontvanger stelt jaarlijks een opleidingsplan op waarin staat hoe kennis en vaardigheden van de beroepskrachten op peil wordt gehouden;
De subsidieontvanger neemt actief deel aan het overleg rond voor- en vroegschoolse activiteiten gericht op het zorgen voor samenhang in de VVE en het zo goed mogelijk uitvoeren van VVE bereik doelgroep;
De subsidieontvanger houdt een registratiesysteem bij, waarin is opgenomen:
De doelgroepcriteria, waaronder wordt verstaan het opleidingsniveau van beide ouders (conform de in het basisonderwijs gehanteerde gewichtenregeling) en de doorverwijzing vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin met de risicofactor(en)
De namen van de kinderen die een VVE-programma volgen, de datum waarop zij met het VVE-programma zijn gestart en de leeftijd die zij op die datum hadden, het aantal maanden dat de kinderen het VVE programma hebben gevolgd. Desgewenst kan het college het registratiesysteem van de houder raadplegen ter controle.
De onder b genoemde registratiegegevens van het betreffende kalenderjaar worden uiterlijk 1 april van het daarop volgende jaar aangeleverd bij de gemeente.
Er wordt actief meegewerkt aan het monitoren van de VVE.
Er wordt uitvoering gegeven aan de VVE activiteiten zonder winstoogmerk.
Er is sprake van een gezonde bedrijfsvoering wat blijkt uit een goedkeurende accountantsverklaring en financieel jaarverslag.
De subsidieontvanger zorgt dat, mede door het gebruik van een kindvolgsysteem, de medewerkers alert zijn op het vroegtijdig signaleren van zorgvragen rondom kinderen en het melden hiervan in de Verwijsindex Risicojongeren @Risk. Ook werkt de subsidieontvanger nauw samen met de medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin als het gaat om het vinden van een oplossing voor de geconstateerde zorgvragen dan wel het voorkomen van problemen bij de kinderen. Op uitnodiging van het Centrum voor Jeugd en Gezin neemt de instelling deel aan zorgoverleggen zoals het netwerk 12-.
Op basis van goed gemotiveerde en aangetoonde gronden kan er per aanvraag sprake zijn van locatiegebonden aanvullingen op het subsidie per peuterplaats voorschoolse educatie (bijvoorbeeld in verband met hoge huisvestingskosten), als dit strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de voorschoolse educatie. Een dergelijke aanvraag moet goed gemotiveerd en financieel onderbouwd zijn.
Artikel 5
Bijzondere bepalingen / verplichtingen
Onderdeel van Beleidsregels subsidie Voor- en Vroegschoolse Educatie