In deze stap wordt gekeken of er voldaan wordt aan de parkeerbehoefte en of dat op eigen terrein gerealiseerd wordt, op een juiste manier. De parkeerplaatsen moeten wel makkelijk toegankelijk zijn en van de minimale maten worden voorzien (2,3 bij 5 meter bij haaksparkeren en 2,5 bij 6 meter bij langsparkeren). Wordt er aan deze eis voldaan dan volgt voor het onderdeel parkeren een positief advies. Indien onvoldoende parkeerplaatsen in het plan zijn opgenomen, dient in eerste instantie te worden bekeken of in het plan realisatie van meer parkeerplaatsen mogelijk is. Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie door meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, is de inschatting van de financiële consequenties daarvan in veel gevallen het grote knelpunt. Indien hier twijfel over bestaat, dient de initiatiefnemer aan te tonen dat het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein onevenredige kosten met zich meebrengt.
Meer parkeerplaatsen dan parkeernorm (overschot)
Indien de initiatiefnemer bij een project van grotere omvang (meerdere woningen) meer
parkeerplaatsen wenst aan te leggen dan de parkeernorm aangeeft, is het noodzakelijk om te onderzoeken of dit op de omliggende infrastructuur geen problemen oplevert. Meer parkeerplaatsen betekent verkeerskundig gezien een hogere intensiteit en een hogere (subjectieve) verkeersonveiligheid. Hierbij moet door een deskundige een verkeerskundige afweging gemaakt worden tussen zoekverkeer op vooral de parkeervoorziening zelf en een hogere intensiteit vooral op de toe- en afleidende wegen. De aanleg van meer parkeerplaatsen heeft daarnaast ook financiële consequenties, maatschappelijke en ruimtelijke consequenties (een parkeerplaats neemt ongeveer 13 m2 in beslag), beide zijn echter voor de initiatiefnemer.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Parkeren op eigen terrein
Onderdeel van Uitwerkingsplan ''Heerenveense Parkeernormen''