Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Parkeren in openbare ruimte

Onderdeel van Uitwerkingsplan ''Heerenveense Parkeernormen''

Voordat gekeken wordt of er in de openbare ruimte mogelijkheden zijn om de parkeervraag van een ontwikkeling op te vangen, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. Ad a: Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om aan te tonen dat de parkeereis niet redelijkerwijs op eigen terrein kan worden opgelost. Ad b: In de beoordeling van de parkeersituatie stelt de gemeente vast of het bouwplan op de betreffende locatie inderdaad niet de parkeereis op eigen terrein kunnen oplossen. Bovendien besluit de gemeente middels het portefeuillehouderoverleg of de aanvraag moet worden afgewezen of verder gezocht kan worden naar de overige oplossingen uit het processchema parkeernormering (stap 4 en verder). Dit besluit zal van onderbouwing voorzien zijn. Ad c: de mogelijkheid bestaat dat een bouwplan niet kan voldoen aan de parkeereis op eigen terrein maar dat in de directe omgeving voldoende openbare parkeerruimte aanwezig is. In dat geval hoeft het bouwplan niet afgewezen te worden. Aan deze eis wordt voldaan wanneer in de directe omgeving voldoende ongebruikte parkeerplaatsen aanwezig zijn tijdens de gebruikstijden van het bouwplan. Wanneer in de directe omgeving de parkeerdruk tijdens de gebruikstijden van het bouwplan niet boven de 85% uitkomt, wordt aan deze voorwaarde voldaan. Bij een parkeerdruk hoger dan 85% begint de parkeersituatie problematisch te worden en wordt niet aan deze voorwaarde voldaan. Indien nodig wordt op het drukste moment een parkeerdrukmeting uitgevoerd waarmee bepaald wordt of er voldoende plaats aanwezig is.

Rechtspraak bij dit artikel