1. In de verordening wordt verstaan onder:

  • - de wet: de wet: de Wet werk en bijstand;
  • - de gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 21, onderdeel c van de wet;
  • - woning: een zelfstandige woning zoals bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, als mede een woonwagen of woonschip als bedoeld in artikel 3, zes lid van de wet;
  • - zorgbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in verpleeghuis of verzorgingshuis;
  • - onderhuurder: de persoon die tegen een commerciële prijs van tenminste 15% van de gehuwdennorm een deel van een woning huurt van de hoofdbewoner;
  • - kostganger: de persoon die tegen een commerciële prijs van tenminste 40% van de gehuwdennorm kost en inwoning geniet.