6.1. Reikwijdte
6.1.1.Deze beleidsregels zijn van toepassing bij het vergoeden van kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van zijn bezwaar- of administratief beroepschrift tegen een WOZ-beschikking redelijkerwijs heeft moeten maken. De beleidsregels zien op bezwaarprocedures in het kader van de Wet WOZ.
6.2. Begripsbepalingen
6.2.1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
BPB: Besluit proceskosten bestuursrecht;
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
Wet WOZ: Wet Waardering Onroerende Zaken;
Belastingbedrag: het bedrag van een belastingaanslag;
“de beroepsmatige derde”: de derde die beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, Bpb en hiervoor de kosten bij de belanghebbende in rekening heeft gebracht.
6.3. Vijf categorieën
6.3.1. Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen de volgende vijf categorieën:
tenaamstelling;
objectafbakening woningen;
objectafbakening niet-woningen op kadastraal niveau;
objectafbakening niet-woningen op gebruikersniveau;
waardebepaling.
6.4. Tenaamstelling
6.4.1.De wegingsfactor is 0,25.
6.5. Objectafbakening woningen
6.5.1.De wegingsfactor is 1.
6.6. Objectafbakening niet-woningen op kadastraal niveau
6.6.1.De wegingsfactor is 1.
6.7. Objectafbakening niet-woningen op gebruikersniveau
6.7.1.De wegingsfactor is 1.
6.8. Waardebepaling
6.8.1. De wegingsfactor is 1 indien er in hoofdzaak naar een bijgevoegd taxatierapport of ander niet door de beroepsmatige derde opgesteld document wordt verwezen.
6.8.2. De wegingsfactor is 1indien er geen sprake is van een verwijzing naar een bijgevoegd taxatierapport of ander niet door de beroepsmatige derde opgesteld document.
6.8.3. Samenhangende zaken, waarbij sprake is van nagenoeg gelijktijdige indiening, nagenoeg identieke besluiten, nagenoeg vergelijkbare gronden, door dezelfde persoon of ‘beroepsmatige derde’ ingediend, worden voor de bepaling van de vergoeding als één zaak aangemerkt.
6.8.4. Voor het toekennen van een uurvergoeding voor het uitvoeren van taxatiewerkzaamheden overeenkomstig artikel 1, letter b van het BPB van geldt:
voor woningtaxaties een uurvergoeding van € 50,00;
voor taxaties van courante niet-woningen een uurvergoeding van € 65,00;
als aantal uren voor niet-inpandige woningtaxaties: 2 uur;
als aantal uren voor inpandige woningtaxaties en opname: 4 uur;
dat het in voorkomende gevallen het uurtarief verhoogd wordt met deverschuldigde omzetbelasting.
6.9. Bijzondere omstandigheden
6.9.1.Van de berekening van de kostenvergoeding zoals in de artikelen 6.2 tot en met 6.8 is vastgelegd, kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. Dit kan slechts in overleg met en na toestemming van de heffingsambtenaar en/of plaatsvervangend heffingsambtenaar.