7.1. Reikwijdte
7.1.1. Reikwijdte beleidsregels
Deze beleidsregels zijn van toepassing bij het vergoeden van kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van zijn bezwaar- of administratief beroepschrift tegen een fiscale beschikking redelijkerwijs heeft moeten maken. De beleidsregels zien op bezwaarprocedures in het kader van alle gemeentelijke heffingen en retributies welke zijn gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen, en ook op procedures die zien op de invordering en/of kwijtschelding van de verschuldigde aanslagen.
7.2. Begripsbepalingen
7.2.1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
BPB: Besluit proceskosten bestuursrecht;
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
Wet WOZ: Wet Waardering Onroerende Zaken;
Belastingbedrag: het bedrag van een belastingaanslag;
“de beroepsmatige derde”: de derde die beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, Bpb en hiervoor de kosten bij de belanghebbende in rekening heeft gebracht.
belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, bedoeld in artikel 2, lid 3, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
7.3. Bezwaar tegen de belastingaanslag
7.3.1. Voor toepassing van de wegingsfactoren, genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Bpb, wordt een zaak aangemerkt als:
zeer licht (wegingsfactor 0,25), indien de inspanning van de beroepsmatige derde en bewerkelijkheid van de zaak van zeer geringe omvang te achten is, zoals, maar niet uitsluitend:
1. de tenaamstelling van het aanslagbiljet;
2. het al dan niet eigenaar of gebruiker zijn van een pand;
licht (wegingsfactor 0,5), indien de inspanning van de beroepsmatige derde en bewerkelijkheid van de zaak van geringe omvang te achten is, zoals, maar niet uitsluitend:
1. het al dan niet hebben van een rioolaansluiting;
2. de te hanteren grondslag voor toepassing van de rioolheffing ofafvalstoffenheffing;
3.het ter beschikking houden van een woning in het kader van dewoonforensenbelasting;
4. het al dan niet hebben van voorwerpen in, op, of boven gemeentegrond inhet kader van de heffing van precariobelasting;
5.het aantal belastbare overnachtingen in het kader van detoeristenbelasting;
6.een onjuiste grondslag voor heffing van de grafrechten, marktgelden,parkeergelden, hondenbelasting of leges;
7.3.2.Samenhangende zaken, waarbij sprake is van nagenoeg gelijktijdige indiening, nagenoeg identieke besluiten, nagenoeg vergelijkbare gronden, door dezelfde persoon of ‘beroepsmatige derde’ ingediend, worden voor de bepaling van de vergoeding als één zaak aangemerkt.
7.4. Bezwaar of administratief beroep tegen een andere fiscale beschikking dan eenbelastingaanslag
7.4.1.Indien in een bestuurlijke voorprocedure een andere fiscale beschikking, niet zijnde een WOZ-beschikking, dan een belastingaanslag aan de orde is, wordt het gewicht van die zaak als gemiddeld (wegingsfactor 1) aangemerkt.
7.5. Bijzondere omstandigheden
7.5.1.Van de vaststelling van de wegingsfactoren zoals in de artikelen 7.2. tot en met 7.4. van dit beleid is vastgelegd, kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. Dit kan slechts in overleg met en na toestemming van de heffingsambtenaar en/of plaatsvervangend heffingsambtenaar.