Lid 1.
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om, voor zover dit van belang kan
zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde
voorziening, de belanghebbende of bij gebruikelijke zorg diens
relevante huisgenoten:
uit te nodigen om nadere informatie te verstrekken op een
door het Dagelijks Bestuur te bepalen plaats en
tijdstip;
uit te nodigen voor een (nader) onderzoek door een of meer
daartoe aangewezen medische- of andere deskundigen op een
door het dagelijks bestuur te bepalen plaats en
tijdstip.
Het Dagelijks Bestuur kan een door haar daartoe aangewezen
adviesinstantie om advies vragen indien:
het handelt om een aanvraag van een persoon die nog niet
bekend is bij het Dagelijks Bestuur;
het handelt om een aanvraag van een persoon die wel bekend
is bij het Dagelijks Bestuur maar waarvan de omstandigheden
zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de
noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening
kunnen beïnvloeden;
de aanvraag om medische redenen wordt afgewezen;
zij dat gewenst vindt.