Lid 1.
De belanghebbende aan wie krachtens deze verordening een voorziening
is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk (en schriftelijk) aan
het Dagelijks Bestuur mededeling te doen van feiten en
omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.
Lid 2.
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de in het eerste lid genoemde
persoon, na verlening van een voorziening op grond van de
verordening, op te roepen om vast te stellen of de omstandigheden
die hebben geleid tot de verlening van de voorziening, gewijzigd
zijn.
Hoofdstuk
Artikel 24.
Wijziging situatie
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo ISD Bollenstreek 2013