**1..** Ten aanzien van nog niet genoemde gedragingen, waarbij een
belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, wordt een
maatregel opgelegd.
**2..** Onverminderd artikel 2 lid 2 wordt de maatregel als bedoeld in lid 1
vastgesteld, zoals bepaald in lid 3, 4, 5, 6, 7 en 8.
**3..** De volgende gedragingen leiden tot een maatregel van 10% van de
uitkeringsnorm gedurende een maand, indien belanghebbende:
geen medewerking verleent aan het in naam van belanghebbende
doen van noodzakelijke betalingen uit de toegekende
WWB-uitkering;
geen medewerking verleent aan betaling in natura van een
deel van de WWB-uitkering;
niet (tijdig) een verzoek tot toekenning of inning van
kinderalimentatie indient.
**4..** De volgende gedragingen leiden tot een maatregel van 20% van de
uitkeringsnorm voor de duur van het aantal maanden, met een maximum
van 36 maanden, dat geen of voor een lager bedrag beroep op
uitkering nodig zou zijn geweest indien belanghebbende geen
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in lid 1
zou hebben betoond:
het op onverantwoorde wijze interen op het vermogen boven de
van toepassing zijnde vermogensgrens of het op andere wijze
onverantwoord besteden van of beschikken over
vermogen(sbestanddelen);
het door eigen toedoen niet (tijdig) of in onvoldoende mate
ontvangen van een andere (sociale) uitkering of andere
middelen als voorliggende voorziening;
**5..** Indien belanghebbende niet of onvoldoende verzekerd is tegen ziekte-
of tandartskosten dan wel andere kosten, wordt bij een aanvraag de
bijzondere bijstand vastgesteld alsof belanghebbende voldoende
verzekerd is, hetgeen betekent dat ter hoogte van het – door eigen
toedoen c.q. nalaten – ten laste blijvende bedrag voor
belanghebbende een maatregel wordt opgelegd van 100%.
**6..** De volgende gedragingen leiden tot een maatregel van 20% van de
uitkeringsnorm gedurende een maand, indien belanghebbende
niet meewerkt aan een traject schuldhulpverlening of een
andere door de gemeente aangeboden voorziening;
een op grond van artikel 55 Wwb opgelegde nadere
verplichting, niet zijnde de verplichting tot meewerken aan
een medisch onderzoek of het ondergaan van een noodzakelijke
behandeling van medische aard, niet nakomt.
**7..** De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende
zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij
een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als
verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5 lid 2.
**8..** Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging als
bedoeld in dit artikel binnen twaalf maanden na de laatste als
verwijtbaar aangemerkte gedraging de hoogte en de duur van de
verlaging individueel bepalen, rekening houdend met de ernst van de
gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke
omstandigheden van de belanghebbende.
Paragraaf 4
Artikel 13
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ