Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

De subsidievaststelling.

Onderdeel van Subsidieverordening maatschappelijk en sociaal cultureel welzijnswerk

Uiterlijk 13 weken na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, verstrekt de subsidieontvanger de gegevens die het bestuursorgaan nodig heeft voor de vaststelling van de subsidie. Het bestuursorgaan stelt hiervoor een formulier vast. Een aldus ingevuld formulier geldt als een aanvraag tot vaststelling van de subsidie. De termijn van 13 weken kan met ten hoogste 13 weken worden verlengd wanneer daartoe schriftelijk een met redenen omkleedt verzoek wordt ingediend. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt het bedrag van de subsidie. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de beschikking tot subsidievaststelling een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt. Indien geen aanvraag als bedoeld in het eerste lid is ingediend, stelt het bestuursorgaan de subsidie ambtshalve vast. Het gaat hiertoe eerst over nadat de subsidieontvanger een redelijke termijn is gegund om de aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; de subsidieontvanger heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of de subsidieverlening onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. Voor instellingen, die aanspraak maken op een subsidiebedrag van € 25.000,-- per jaar of meer geldt dat, indien de exploitatierekening over het voorafgaande jaar een batig saldo vertoont, dit saldo wordt aangemerkt als een reserve voor buitengewone uitgaven met dien verstande, dat een reservering van maximaal 10% van de totale uitgaven per jaar acceptabel wordt geacht. Het vermogen, opgebouwd over een aantal jaren, bedraagt maximaal 25% van de totale lasten over het laatste jaar. Meer vermogen dient terug gestort te worden in de gemeentekas. Daarnaast kan een bestemmingsreserve, dan wel een voorziening, worden opgebouwd tot een door het bestuursorgaan goed te keuren bedrag. De subsidie in het exploitatietekort zal in beginsel niet meer bedragen dan het laatstgenoten subsidiebedrag, verhoogd met het prijsindexcijfer. Bijzondere omstandigheden kunnen ertoe leiden dat het bestuursorgaan hiervan afwijkt. Bij de vaststelling van de subsidie aan instellingen of organisaties die een inkomensafhankelijke contributie heffen, wordt uitgegaan van de bruto-contributie.

Rechtspraak bij dit artikel