Een subsidie kan in ieder geval worden geweigerd indien gegronde vrees bestaat dat:
de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
de aanvrager in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal handelen;
de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
Een subsidie kan voorts worden geweigerd indien de aanvrager:
in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Het weigeren van subsidie.
Onderdeel van Subsidieverordening maatschappelijk en sociaal cultureel welzijnswerk