Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Algemene voorwaarden.

Onderdeel van Subsidieverordening maatschappelijk en sociaal cultureel welzijnswerk

Om voor een gemeentelijk subsidie in aanmerking te komen dient een instelling: voldoende aannemelijk te maken dat haar slechts met inbegrip van een gemeentelijk subsidie de nodige financiële middelen ter beschikking staan om de gestelde doeleinden te verwezenlijken; open te staan voor alle groeperingen zonder onderscheid in sociaal, godsdienstig, levensbeschouwelijk of politiek opzicht; een regeling te hebben getroffen op grond waarvan de leden, gebruikers e.a. van de instelling een naar het oordeel van het bestuursorgaan redelijke en aanvaardbare contributie c.q. bijdrage betalen. Extra bijdragen van de leden t.b.v. feestavonden, jubilea lesgelden etc, vallen niet onder de contributie en worden als zodanig niet gesubsidieerd; te beschikken over een verantwoordelijke leiding, die voldoende waarborgen biedt ten aanzien van deskundigheid en bekwaamheid met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden; waar activiteiten worden uitgevoerd in een ruimtelijke voorziening, moet deze voor de uitvoering van het werk geschikt en toegerust te zijn, en waar mogelijk bruikbaar voor de in zijn beweging beperkte mens; het bestuur van de instelling is ervoor verantwoordelijk dat een goed beleid en beheer worden gevoerd en dat alle verdere uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen worden nagekomen. beroepskrachten, vrijwilligers, alsmede degenen, ten behoeve van wie de sociaal-culturele activiteiten worden uitgevoerd worden, waar mogelijk, bij het beleid van de instelling betrokken; jaarlijks voor 1 september, voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dient de instelling een aanvraag om subsidie in bij burgemeester en wethouders door middel van een begroting in tweevoud, voorzien van een toelichting, met name indien de begroting belangrijk afwijkt van eerder daarin geraamde bedragen. Deze toelichting dient o.m. een overzicht van de geplande activiteiten te bevatten. Voor een instelling die aanspraak maakt op een subsidiebedrag van € 25.000,-- per jaar of meer dient voor "1 september" te worden gelezen "1 juli". Indien voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd, dienen bovendien de volgende bescheiden in tweevoud te worden overgelegd: een exemplaar of concept van de stichtingsakte of van de statuten, alsmede een bewijs van inschrijving bij de Kamer van koophandel en fabrieken; een beschrijving van de organisatievorm, de werkwijze, het leden c.q. -deelnemersbestand; een motivering van de wenselijk geachte personeelsformatie, alsmede een taakomschrijving van de beroepskrachten; een overzicht van de financiële toestand van de aanvrager op het tijdstip dat de aanvraag wordt gedaan; een opgave van de namen en adressen van de bestuursleden van de instelling. incidentele subsidieaanvragen dienen 3 maanden van tevoren te worden ingediend;

Rechtspraak bij dit artikel