In dit hoofdstuk worden algemene eisen benoemd voor de locatie, het gebruiksgemak, de veiligheid en het ontwerp waaraan een bestemmingsfietsenstalling dient te voldoen.
3.2.1 Gebruikseisen
Gebruiksaspect
Gebruikseis
Toegankelijkheid/ bereikbaarheid
De fietsenstalling moet vanaf de hoofdfietsroute(s) worden verwezen, daartoe dient de stalling in de stedelijke fietsbewegwijzering te worden opgenomen.
De fietsenstalling is goed zichtbaar en als fietsenstalling herkenbaar vanaf de toeleidende fietsroute(s).
De fietsenstalling moet tot aan de entree fietsend bereikbaar zijn. Dat wil zeggen dat fietsers geen noemenswaardige hoogteverschillen en andere obstakels dienen tegen te komen in de route naar de entree.
De ideale locatie is dat de toegang/uitgang van de stalling op minder dan 50 meter van de entree van het centrum ligt. De maximale acceptabele loopafstand is 100 meter.
De fietsenstalling wordt bij voorkeur gerealiseerd op maaiveld en overdekt of inpandig. Ten aanzien van een ondergrondse fietsenstalling worden aanvullende maatvoeringseisen gesteld (zie paragraaf 3.3) die het gebruiksgemak moeten waarborgen.
De hellingbaan naar een ondergrondse fietsenstalling dient volledig overkapt te zijn en op maaiveld afsluitbaar te zijn uit oogpunt van sociale veiligheid en beheer en onderhoud.
De fietsenstalling moet ook toegankelijk zijn voor bromfietsen, scooters en tweewielige bakfietsen.
Services
Bij voorkeur worden voor de gebruiker extra services aangeboden, te weten:
Een fietsreparatie-service;
Fietsverkoop/verhuur
Automatische fietspomp
Oplaadmogelijkheid voor elektrische fiets en scooter
Capaciteit
De bezettingsgraad van de fietsenstalling op ‘reguliere piekmomenten’ bedraagt maximaal 80% van de capaciteit. Enerzijds om lang zoeken te voorkomen en anderzijds als restcapaciteit voor uitschieters tijdens piekmomenten en rekeninghoudend met toekomstige groei van het gebruik van de fiets. Het aanbod van fietsenrekken moet daartoe tevens ook minimaal vraagvolgend zijn.
Openingstijden
De minimale openingstijden dienen aan te sluiten bij de dienstregeling van het openbaar vervoer of openingstijden van de centrumvoorzieningen. Tevens dient bij opening en sluiting van de fietsenstalling minimaal een half uur marge te worden aangehouden.
Fietsenrekken
De stallingsplaatsen moeten wat betreft het gebruiksgemak voldoen aan bepaalde eisen uit het Normstellend document fietsparkeersystemen (Fietsparkeur), te weten:
de fiets is eenvoudig, snel en zonder noemenswaardige krachtsinspanning te plaatsen in het fietsenrek;
het fietsenrek heeft goede en makkelijk te bereiken aanbindmogelijkheden voor fietssloten;
dubbellaagse fietsenrekken zijn eenvoudig bedienbaar. Door middel van een uitschuifmechanisme is de fiets gemakkelijk op de tweede laag te stallen, de ‘intilhoogte’ dient hierbij minimaal te zijn.
De fietsenrekken mogen ten opzichte van de tussenpaden niet verdiept liggen.
Inrichting
De fietsenstalling moet overzichtelijk zijn voor de gebruiker. Kolommen en andere obstakels in de tussenpaden dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden.
De beheervoorzieningen (beheerdersruimte) moeten minimaal voldoen aan het Arbobesluit. In het Arbobesluit is NEN 1824 bepalend voor de minimale oppervlakte van een werkplek. Voor een basiswerkplek geldt minimaal 7m2, daarbij moet 1m2 worden opgeteld voor een staande kast en 1m2 voor een toegangsdeur.
Tabel 3.1; Gebruikseisen
3.2.2 Veiligheidseisen
Veiligheidsaspect
Veiligheidseis
Sociale veiligheid
De fietsenstalling moet ingepast zijn in een sociaal veilige omgeving, dus voldoende in het zicht en met veel mensen in de omgeving.
Bij de inrichting van de fietsenstalling moet rekening worden gehouden met de sociale veiligheid van de gebruiker en beheerder. De stalling dient daartoe overzichtelijk te zijn en licht te zijn (bijvoorkeur daglicht).
Bewaking
Tijdens openingstijden dient minimaal één toezichthouder en/of beheerder aanwezig te zijn.
Inbraakpreventie
Het hang- en sluitwerk van de fietsenstalling moet voldoen aan de normen conform NEN 5088 en 5089.
Brandpreventie
De fietsenstalling moet voldoen aan de eisen die de brandweer stelt op het gebied van brandbestrijding en brandwering.
Fietsenrekken
De fietsenrekken moeten zijn voorzien van aanbindmogelijkheden conform het Normstellend document fietsparkeersystemen (Fietsparkeur).
EHBO
De stalling moet voorzien zijn van EHBO-faciliteiten.
Tabel 3.2; Veiligheidseisen
3.2.3 Ontwerpeisen
Ontwerpaspect
Ontwerpeis
Ontwerp
De stalling moet vanuit stedenbouwkundig perspectief goed ingepast worden in de omgeving.
De fietsenstalling heeft een goede aantrekkelijke vormgeving.
De toegankelijkheid van de stalling moet voldoen aan verkeerstechnische maatvoeringseisen (zie paragraaf 3.3).
De stalling moet voorzien worden van de benodigde nutsaansluitingen voor gas, water, riool, elektra, kabel en telefoon.
Tabel 3.3; Ontwerpeisen
3.2.4 Exploitatie-eisen
Veiligheidsaspect
Veiligheidseis
Normbedragen
Het exploitatietekort (alle inkomsten minus alle kosten voor het dagelijks beheer) per gestalde fiets mag maximaal € 2,- bedragen. Deze norm binnen drie jaar te worden bereikt.
Overige voorzieningen
Uit oogpunt van exploitatie is het wenselijk dat bewaakte stallingen worden voorzien van een fietsreparatie-service en/of winkel. Alle overige voorzieningen moeten minimaal kostendekkend geëxploiteerd kunnen worden, maar bijvoorkeur een positieve bijdrage leveren aan het exploitatieresultaat.
Tabel 3.4; Exploitatie-eisen
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Algemene eisen voor bewaakte fietsenstallingen
Onderdeel van Uitwerkingsplan ''Fietsparkeren''