3.3.1 Uitgangspunten maatvoering fiets
Bij het opstellen van een ontwerp voor een bestemmingsfietsenstalling moet voldaan worden aan de in dit hoofdstuk genoemde minimale maatvoeringseisen. Het streven is echter om zoveel mogelijk de aanbevolen maten te hanteren.
Fietsenrekken moeten geschikt zijn voor het stallen van verschillende soorten fietsen. Daarom zijn in tabel 3.5 de maten opgenomen van een standaardfiets en een mountainbike.
Daarnaast komen er steeds meer fietsen op de markt met afwijkende maten (bijv. bakfietsen). In het ontwerp van bestemmingsfietsenstallingen moet zoveel mogelijk met alle typen fietsen rekening worden gehouden. Voor bijzondere fietsen dient een ruimte te worden gereserveerd in de stalling.
Minimaal
Maximaal
standaardfiets
lengte
1800 mm
2000 mm
hoogte
1000 mm
1250 mm
stuurbreedte standaardfiets
550 mm
600 mm
bandbreedte standaardfiets
33 mm
37 mm
mountain bike
lengte
1700 mm
1900 mm
hoogte
950 mm
1100 mm
stuurbreedte mountainbike
600 mm
650 mm
bandbreedte mountainbike
47 mm
53 mm
Tabel 3.5; Maten van een fiets
In tabel 3.6 zijn de maten van fietsenrekken weergegeven waarmee rekening gehouden dient te worden. Bijna alle fietsenrekken zijn modulair, waardoor bijna ieder gewenste breedte van de rekken mogelijk is.
Minimaal
Maximaal
Enkellaags fietsenrek
Diepte enkelzijdig (incl. fiets)
1800 mm
2000 mm
Diepte dubbelzijdig (incl. fiets)
3000 mm
4000 mm
Dubbellaags fietsenrek
Diepte enkelzijdig (incl. fiets)
1950 mm
2100 mm
Diepte dubbelzijdig (incl. fiets)
3100 mm
4200 mm
Tabel 3.6; Maten van een fietsenrek
3.3.2 Maten voor het ontwerp van een fietsenstalling
Fietsklemmen
Minimaal
Aanbevolen
afstand tussen fietsklemmen (hoog/laag)
400 mm
420 mm
afstand tussen fietsklemmen (gelijk niveau)
700 mm
750 mm
Tabel 3.7; Maten voor hart op hart-afstand
NB:
Bovenstaand hart op hart-afstanden zijn ruimer dan die in het Fietsparkeur zijn opgenomen. Door het op de markt komen van steeds bredere fietsen worden die maten niet meer als reëel beschouwd.
Vrije ruimte
Minimaal
Aanbevolen
breedte van tussenpaden
tussenpad korter dan 20 meter (met enkellaagse rekken)
2000 mm
2500 mm
tussenpad korter dan 20 meter (met dubbellaagse rekken)
2100 mm
2500 mm
tussenpad langer dan 20 meter (met enkellaagse rekken)
2500 mm
3000 mm
tussenpad langer dan 20 meter (met dubbellaagse rekken)
3000 mm
3500 mm
plafondhoogtes
vrije plafondhoogte bij 1-laags fietsenrek
2200 mm
2700 mm
vrije plafondhoogte bij 2-laags fietsenrek
2800 mm
3000 mm
overig
breedte toegang(deur) stalling
2500 mm
3000 mm
Tabel 3.8; Maten voor vrije ruimte
NB:
De minimale binnenmaat van het casco van een fietsenstalling is 4900 mm bij een stalling met dubbellaagse fietsenrekken.
3.3.3 Maten voor toegankelijkheid ondergrondse fietsenstalling
Maximaal
Aanbevolen
hellingshoek trap
10 graden
-
hellingshoek hellingbaan (als toegang tot stalling)
10 graden
-
hellingshoek van de vloer (indien hoogteverschillen bij meerlaagse stallingen in de stalling worden opgelost)
5 graden
3 graden
hellingbaan geschikt voor gehandicapten
3 graden
-
breedte van de trap/hellingsbaan (excl. fietsgoten)
2000 mm
2500 mm
Tabel 3.9; Maten van een hellingbaan of trap
Maximaal
Aanbevolen
afstand hartlijn fietsgoot tot de wand
300 mm
350 mm
afstand hartlijn fietsgoot tot de wand (met trapleuning)
350 mm
400 mm
breedte fietsgoot, uitgevoerd in beton
80 mm
120 mm
diepte fietsgoot, uitgevoerd in beton
30 mm
-
breedte fietsgoot, uitgevoerd in metaal
100 mm
120 mm
Tabel 3.10; Maten m.b.t. fietsgoot
NB:
1) Bij een trap of hellingbaan moeten fietsgoten (tabel 3.10) aan beide zijden worden gerealiseerd.
2) Bij stallingen waar ook bromfietsen zijn toegestaan moet de aanbevolen breedte voor de fietsgoot worden gehanteerd.
3.3.4 Maatvoering overige voorzieningen
Maximaal
fietswinkel
30 m2
werkplaats/
fietsreparatie-service
12 m2 (minimum voor 1 persoon)
20 m2 (voor 2 personen)
30 m2 (voor 4 personen)
beheerdersruimte
9 - 11 m2 (NEN 1824)
fietswinkel
30 m2
Tabel 3.11; Maatvoering overige voorzieningen