Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Richtlijnen formatiebeheer Leeuwarden 2016

Totale formatie: toegestane omvang van het aantal arbeidsplaatsen uitgedrukt in voltijdseenheden (fte) op basis van een dienstverband van 36 uur per week. Structurele formatie: de formatie die noodzakelijk is voor het (in eigen beheer) uitvoeren van het structurele takenpakket van de gemeente en die wordt gedekt uit structurele middelen. Tijdelijke formatie: aanvullende formatie met een tijdelijk karakter die noodzakelijk is voor het uitvoeren van additionele tijdelijke taken met tijdelijke dekking van de kosten. Totale bezetting: het aantal dienstverbanden uitgedrukt in voltijdseenheden (fte) op basis van een dienstverband van 36 uur per week. Structurele bezetting: het aantal dienstverbanden voor onbepaalde duur uitgedrukt in voltijdseenheden (fte) op basis van een dienstverband van 36 uur per week. Tijdelijke bezetting: het aantal dienstverbanden voor  bepaalde duur uitgedrukt in voltijdseenheden (fte) op basis van een dienstverband van 36 uur per week. Flexibele schil: het gedeelte van de structurele formatie dat flexibel bezet wordt. Overbezetting: situatie waarin de structurele en tijdelijke bezetting groter is dan de totale formatie. Onderbezetting: situatie waarin de structurele en tijdelijke bezetting kleiner is dan de totale formatie, ook wel aangeduid als vacatureruimte. Boventalligheid: specifieke vorm van overbezetting waarbij de structurele bezetting hoger is dan de structurele formatie. Boventallige: medewerker die niet kan terugkeren in de formatie wegens: Formatie is deels of helemaal vervallen (reorganisatie); Uitkomst verbetertraject; Medewerker voert tijdelijk andere (project) taken uit zonder terugkeergarantie naar oorspronkelijke functie.

Rechtspraak bij dit artikel