In ieder geval geen subsidiabele kosten zijn:
de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;
kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijk rechtspersoon;
immateriële vaste activa zoals omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
daaronder niet begrepen legeskosten van bouw- en milieuvergunningen;
kosten voor debetrente, boetes, financiële sancties en gerechtskosten;
kosten van aankoop of inbreng van grond.
Hoofdstuk
Artikel 11
Niet-subsidiabele kosten
Onderdeel van Verordening, houdende regels betreffende de subsidiëring in het kader van Transitie II en Pieken middelen