In ieder geval geen subsidiabele kosten zijn:
de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele
activiteiten aangeschafte apparatuur;
kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijk
rechtspersoon;
kosten die verband houden met de uitgifte van aandelen;
kosten van verwerving ter zake van concessies en
vergunningen;
kosten van goodwill die van derden is verkregen;
kosten voor debetrente, boetes, financiële sancties en
gerechtskosten;
kosten van aankoop of inbreng van grond.
Hoofdstuk
Artikel 11
Niet-subsidiabele kosten
Onderdeel van Verordening, houdende regels betreffende de subsidiëring in het kader van Transitie II en Pieken middelen