**1.** Voor de berekening van de subsidiabele loonkosten kan de aanvrager
kiezen uit:
de loonkosten-plus-overhead-systematiek, opgenomen in lid 2,
of
de vaste-uurtarief-systematiek, opgenomen in lid 3.
**2.** Indien de aanvrager kiest voor de
loonkosten-plus-overhead-systematiek, worden de subsidiabele kosten
berekend op basis van het brutoloon volgens de loonstaat van de
betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond
van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor
sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van 1.650
productieve uren per jaar bij een voltijds dienstverband van 40
uren, vermeerderd met een vaste opslag voor indirecte kosten van
30%.
**3.** Indien de aanvrager kiest voor de vaste-uurtarief-systematiek,
worden de subsidiabele kosten berekend door het aantal uren dat de
direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten
behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt te vermenigvuldigen met
een vast uurtarief van € 40,--, waarin zowel de directe loonkosten
als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen.
Hoofdstuk
Artikel 12
Berekening loonkosten
Onderdeel van Verordening, houdende regels betreffende de subsidiëring in het kader van Transitie II en Pieken middelen