Er wordt in ieder geval afwijzend beslist op een aanvraag om subsidie
indien:
naar verwachting de beoogde effecten van het project niet
zullen terechtkomen in één of meer van de drie noordelijke
provincies;
uit de rangschikking van de aanvraag aan de hand van de
rankingscriteria van bijlage 3 volgt dat de score van de
aanvraag minder dan 13 punten bedraagt;
de subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan €
75.000,-;
het subsidiebedrag minder zou gaan bedragen dan €
25.000,-;
de financiering, naast de gevraagde subsidie, van het project
niet is zekergesteld;
het startmoment en de realisatiedatum niet eenduidig zijn
gefixeerd;
aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder
belangrijke vertraging zullen worden uitgevoerd;
de berekening van de kosten niet doorzichtig en verifieerbaar
is;
de kosten waarvoor subsidie is aangevraagd niet doelmatig en
rechtstreeks toe te rekenen zijn aan het desbetreffende
project;
de aangevraagde vorm van subsidie niet de meest geëigende vorm
is;
de activiteiten onvoldoende bijdrage aan de doelstellingen van
de subsidie leveren;
het een subsidieontvanger betreft die een ondernemer is tegen
wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel
1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene
groepsvrijstellingsverordening;
een aanmerkelijke kans bestaat dat het verlenen van subsidie in
strijd is met de Europese regels;
de activiteiten behoren tot de reguliere (bedrijfs)activiteiten
en/of verantwoordelijkheden van de aanvrager;
de aanvraag niet voldoet aan de overige bij of krachtens deze
verordening gestelde regels.
Hoofdstuk
Artikel 6
Afwijzing
Onderdeel van Verordening, houdende regels betreffende de subsidiëring in het kader van Transitie II en Pieken middelen