Naar hoofdinhoud
regelt de bevoegdheden van het AB, het DB en de voorzitter tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling ter behartiging van de belangen van de Werkorganisatie, waaronder mede begrepen het wijzingen, uittreden uit en toetreden tot de gemeenschappelijke regeling. Het treffen van een gemeenschappelijke regeling behoeft de goedkeuring van het AB en geschiedt met inachtneming van hoofdstukken VII en IX van de Wgr. Ook moeten de raden in gelegenheid gesteld worden om hun zienswijzen in te brengen. Paragraaf 2 regelt in het bijzonder de bevoegdheden van het AB. Binnen het openbaar lichaam heeft het AB de eigenaarsrol en gaat over de inrichting van de organisatie, vaststelling van verordeningen, algemene beheerskaders en financiële kaders alsmede het vaststellen van de ontwikkelstrategie en de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel