Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Aansluitverordening riolering gemeente Overbetuwe 2012

Deze verordening verstaat on¬der: aansluitleiding: het particulier riool, het aansluitpunt, de erfscheidingsput en de perceelsaansluitleiding tezamen; aansluitpunt: bij gemengde, gescheiden, verbeterd gescheiden rioolstelsels: het punt, waar de perceelsaansluitleiding is aangesloten op de erfscheidingsput, gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelsaansluitleiding wordt aangesloten; bij het ontbreken van een erfscheidingsput: de perceelsgrens; bij drukriolering: het punt waar het particuliere riool is aangesloten op de pompput; bij een hemel- of grondwaterlozing in een watergang: het punt waar de particuliere leiding uitkomt in de (openbare) watergang; afvalwater: al het water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, met uitzondering van niet verontreinigd hemelwater, bronneringswater en drainagewater; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; college: het college van burgemeester en wethouders; bedrijfsafvalwater: afvalwater, dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is; bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand; drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem; drukriolering: het openbaar riool, bestemd voor de afvoer van afvalwater waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; erfscheidingsput: een ter hoogte van de erfgrens op particulier terrein geplaatste put in de aansluitleiding, waarin de werking van de rioolaansluiting onderzocht kan worden; gemeente: gemeente Overbetuwe; gemengd rioolstelsel: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater; gescheiden rioolstelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en/ of drainagewater en een afzonderlijk buizenstelsel voor de afvoer van afvalwater; hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw, hagel, met inbegrip van dooiwater, telkens in niet-verontreinigde toestand; huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden; IBA: voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater, in eigendom bij de gemeente; openbaar riool: gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor de inzameling en het transport van afvalwater, hemelwater en/ of drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, IBA’s, verzamelleidingen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomende aard, met uitzondering van het particulier riool; particulier riool: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-, buiten- of terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt; perceelsaansluitleiding: het riool en de voorzieningen die deel uit maken van dit riool, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente; rechthebbende: (rechts)persoon die bevoegd is een particulier riool op het openbaar riool aan te sluiten of te wijzigen; rechtverkrijgende (rechts)persoon onder algemene of bijzondere titel van de onder 1. bedoelde (rechts)persoon; vacuümriolering: het openbaar riool, bestemd voor de afvoer van afvalwater waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakt vacuüm.

Rechtspraak bij dit artikel