De door Burgemeester en wethouders te verstrekken vervoersvoorziening kan bestaan uit:
een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer, ten minste omvattend: De mogelijkheid een onbepaald aantal ritten te maken binnen het in artikel 1.1 onder m genoemde bereik, tegen een door Burgemeester en wethouders vastgesteld tarief, waarbij bepaalde personen tegen een in dezelfde regels genoemd tarief mogen meereizen, dan wel, indien een gehandicapte door Burgemeester en wethouders is geïndiceerd voor begeleiding, een begeleider gratis mag meereizen.
een voorziening in natura in de vorm van
een al dan niet aangepaste bruikleen auto;
een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
een open elektrische buitenwagen;
een ander verplaatsingsmiddel;
een tegemoetkoming of een vergoeding in de kosten van:
aanpassing van een eigen auto;
gebruik van een bruikleen-auto;
gebruik van een taxi of een eigen auto;
gebruik van een rolstoel-taxi;
aanschaf van een ander verplaatsingsmiddel.
medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het vervoer.
een combinatie van de onder a, b en c genoemde voorzieningen.
De in lid 1 onder b. genoemde voorzieningen worden steeds in bruikleen verstrekt dan wel te huur aangeboden.
De voorwaarde dat reizen met de onder a genoemde collectief vervoersvoorziening niet duurder dan reizen met het regulier openbaar vervoer zal zijn.
Hoofdstuk › AFDELING I › Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Algemene omschrijving
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten