Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Handhaving

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Als een bijstandgerechtigde zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet is nagekomen of niet nakomt, zal het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening WWB. De maximale hoogte van de maatregel wordt gekoppeld aan de werkgelegenheidsladder. Aan de onderste trede wordt een maatregel gekoppeld van maximaal 5 tot 20%, steeds met 20% oplopend tot een maatregel van maximaal 100% voor de bovenste vijfde trede. Bij het verwijtbaar niet behouden van betaalde arbeid, het verwijtbaar niet aanvaarden van een aanbod tot algemeen geaccepteerde arbeid en het verwijtbaar frustreren van een werkpolis/trajectplan geldt als uitgangspunt dat de bijstand tijdelijk voor de duur van ten minste één maand wordt geweigerd. 2.. Als een persoon die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW of de IOAZ, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet nakomt, zal het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in artikel 20 van de IOAW en de IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel