Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Beëindiging

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Het college zal de voorziening beëindigen: als een persoon die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeldin artikel 5 van deze verordening en/of zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van de WWB, niet nakomt; als een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer tot de doelgroep bedoeld in artikel 3 van deze verordening behoort; indien het college een andere voorziening aanbiedt; als een persoon die deelneemt aan een voorziening neveninkomsten heeft, die naar oordeel van het college betekenen dat hij in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt. 2.. Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de dienst-betrekking, bedoeld in artikel 8 eerste lid of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 8 tweede lid van deze verordening. 3.. Bij aan de deelnemer verwijtbare beëindiging van de voorziening. Wanneer een voorziening (voortijdig) beëindigd is zonder verwijtbare reden van de deelnemer en niet het beoogde doel heeft gehad, kan het college besluiten enige tijd geen nieuwe voorziening aan te bieden aan de betrokkene als de voorziening door met aan verwijtbare reden door de deelnemer (voortijdig) beëindigd is. 4.. Het college kan besluiten enige tijd geen (nieuwe) voorziening aan te bieden aan de betrokkene als een eerdere voorziening door verwijtbare toedoen van de deelnemer (voortijdig) beëindigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel