Het college kan met inachtneming van artikel 9 tweede lid van de WWB, onderscheidenlijk artikel 7a van de IOAW en de IOAZ bepalen dat aan belanghebbende tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 5 van deze verordening genoemde verplichtingen wanneer:
indien de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en voorziening niet mogelijk is voor alleenstaande ouders. Met zorg wordt bedoeld de zorg voor een kind cq kinderen. Deze afweging wordt door het college, wel of niet in overleg met en deskundig (extern) bureau gedaan voor wat betreft de duur en de zwaarte van de ontheffing. Maximaal 1 jaar kan ontheffing van de verplichting worden ontleend.
indien belanghebbende om psychische dan wel medische redenen niet in staat is om te werken. De zwaarte van de belemmering bepaalt de geheel of gedeeltelijke ontheffing. De duur wordt bepaalt door het college, wel of niet in overleg met en deskundig extern diagnosebureau. De maximale ontheffing bedraagt 3 jaar.
Ontheffing van de arbeidsplicht wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend.
Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.
Artikel 6
Criteria ontheffing arbeidsplicht
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand