Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Benoeming en zittingsduur van de leden

Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand

De leden en de plaatsvervangende leden van de Klantenraad worden benoemd door het bestuursorgaan op voordracht van hun organisaties. De individuele leden worden benoemd door het bestuursorgaan op voordracht van de Klantenraad. De voorzitter van de Klantenraad wordt benoemd door het bestuursorgaan op voordracht van de Klantenraad. De Klantenraad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. De zittingsduur van de voorzitter en leden is gelijk aan de periode gedurende welke de gemeenteraad zitting heeft. Voorzitter en leden kunnen afzonderlijk tussentijds aftreden. De leden treden bij afloop van de zittingsperiode van de gemeenteraad gelijktijdig af, maar zijn direct herkiesbaar. Zij blijven hun functie waarnemen, totdat een nieuwe benoeming heeft plaatsgevonden. Er kan slechts éénmaal een herbenoeming plaatsvinden. De maximale zittingsduur is derhalve 2 perioden. De benoeming van de leden geschiedt binnen vier weken, nadat de benoeming van de leden van de gemeenteraad heeft plaatsgevonden. Eindigt de hoedanigheid waaraan een lid van de Klantenraad zijn/haar benoeming ontleent, dan houdt hij/zij terstond op lid van de Klantenraad te zijn. De benoeming ter voorziening in de invulling van tussentijds opengevallen plaatsen geschiedt binnen acht weken na het ontstaan van die vacature.

Rechtspraak bij dit artikel