Naar hoofdinhoud
1.. Het bedrag van elke studiebeurs wordt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, 2e lid, door burgemeester en wethouders bij de toekenning vastgesteld. 2.. Het bedrag van de studiebeurs kan tussentijds worden verhoogd of verlaagd met inachtneming van het maximum bedoeld in artikel 7, 2e lid. 3.. Toegekende studiebeurzen worden in een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal termijnen betaalbaar gesteld. 4.. Wanneer recht op een studiebeurs of toelage anders dan uit het in artikel 3 bedoelde fonds bestaat, wordt hiermee bij het vaststellen van het bedrag van de studiebeurs rekening gehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel