Een studiebeurs wordt door burgemeester en wethouders niet of niet opnieuw toegekend of wordtingetrokken, indien:
a.naar het oordeel van burgemeester en wethouders door belanghebbende niet voldoende pogingen zijn aangewend om een rijks-, of particuliere studiebeurs of toelage te komen hoe ook genaamd;
b. de belanghebbende de studie opgeeft, dan wel te kort schiet in ijver, vorderingen of goed gedrag;
c. de belanghebbende niet of niet meer in de gemeente woont;
d. de toekenning geschiedde op grond van kennelijk opzettelijk of door grove nalatigheid onjuist verstrekte gegevens of tengevolge van onwilligheid geen inlichtingen over het verloop der studie kunnen worden verkregen.