Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › PARAGRAAF 3

Artikel 7

Vaststelling persoonsgebonden budget Hulp bij het Huishouden

Onderdeel van Besluit Wmo 2013

1.. Voor de vaststelling van de hoogte van het Persoonsgebonden Budget ten aanzien van Hulp bij het Huishouden is rekening gehouden met het volgende: Maximaal bruto-uurloon conform CAO VVT (HbHbasis: FWG 10; HbHplus: FWG15) Het bruto-uurloon is vermenigvuldigd met 8% vakantiegeld en 7,69% vakantiedagen. Bij het PGB dat verstrekt wordt voor hulp die geleverd wordt door een zelfstandige (ingeschreven bij KvK) of een zorgaanbieder, wordt een toeslag van 20% van het bruto loon gerekend in verband met afdrachten aan de belastingdienst / werkgeverslasten. Bij de berekening van het PGB is uitgegaan van 100% productiviteit. De hulp heeft geen indirecte werkzaamheden en bij ziekte kan de cliënt gebruik maken van een vergoeding via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De hoogte van de overige kosten is gebaseerd op de gegevens van een zorgaanbieder. 2.. Voor het persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp in de huishouding wordt een bedrag per uur beschikbaar gesteld ter hoogte van: € 13,61 indien, ongeacht de indicatie, de zorg geleverd wordt door bekenden of een alfahulp; € 16,76 indien de persoon met een beperking een basisindicatie voor hulp bij de huishouding heeft en de zorg geleverd wordt door een zorgaanbieder / Kamer van Koophandel geregistreerde zelfstandig ondernemer; € 20,94 indien de persoon met een beperking een plusindicatie voor hulp bij de huishouding heeft en de zorg geleverd wordt door een zorgaanbieder / Kamer van Koophandel geregistreerde zelfstandig ondernemer. 3.. Indien aan de ondersteuningsbehoevende de voorziening ‘hulp bij het huishouden’ in natura wordt geleverd, geldt het uurtarief dat de zorgaanbieder, die bij de ondersteuningsbehoevende de voorziening ‘hulp bij het huishouden’ levert, aan het college in rekening brengt, rekening houdend met het bepaalde in artikel 4 van dit Besluit. Deze uurtarieven zijn opgenomen in bijlage VIII van dit Besluit.

Rechtspraak bij dit artikel