**1..** Een ieder die een persoonsgebonden budget in het kader van hulp bij het huishouden toegekend heeft gekregen, legt hier verantwoording over af binnen 1 maand na afloop van de verstrekking dan wel conform het onderstaande verantwoordingsritme:
indien de hoogte van het persoonsgebonden budget, bij de eerste uitbetaling van het kalenderjaar, lager is dan € 205,00 per maand, dient de budgethouder 1 maal per jaar, na afloop van dat kalenderjaar te verantwoorden.
indien de hoogte van het persoonsgebonden budget, bij de eerste uitbetaling van het kalenderjaar, tussen € 205,00 en € 415,00 per maand bedraagt, dient de budgethouder 2 maal per jaar, na 1 juli en 1 januari te verantwoorden.
indien de hoogte van het persoonsgebonden budget, bij de eerste uitbetaling van het kalenderjaar, meer dan € 415,00 per maand bedraagt: dient de budgethouder 4 maal per jaar, na afloop van elk kwartaal te verantwoorden.
**2..** Het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het huishouden kent een vrij besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording verschuldigd is. Dit bedraagt 1,5% van het totaal toegekende bedrag, met een minimum van € 62,50 en een maximum van € 312,50 per kwartaal. Dit budget kan gebruikt worden voor bijkomende kosten, zoals telefoonkosten en scholing.
**3..** Elke budgethouder wordt gevraagd een verklaring te overleggen waarin het volgende is opgenomen:
het totaalbedrag van de uitgaven aan zorg voor huishoudelijke hulp met daarbij het aantal ingekochte uren over betreffende periode en het uurtarief dat wordt betaald.
b een handtekening van de budgethouder;
een handtekening van de persoon die zorg verleent;
naam en adres van de zorgverlener of de zorgverlenende instantie;
indien er sprake is van een wettelijke vertegenwoordiger / bewindvoerder dienen de contactgegevens vermeld te worden.
**4..** Als de budgethouder, bij de globale verantwoording het budget niet volledig kan verantwoorden, ontvangt de budgethouder een verzoek tot terugbetaling.
**5..** Bij een voortijdige beëindiging of wijziging in verstrekkingsvorm, dient een budgethouder direct, binnen 1 maand, een globale verantwoording van zijn budget in te leveren.
**6..** In geval van overlijden van de budgethouder en er geen partner achterblijft, hoeft er geen verantwoording gedaan te worden over het uitbetaalde persoonsgebonden budget voor Hulp bij het Huishouden.
Hoofdstuk › PARAGRAAF 3
Artikel 8
Globale verantwoording persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit Wmo 2013