Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › PARAGRAAF 3

Artikel 8

Globale verantwoording persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit Wmo 2013

1.. Een ieder die een persoonsgebonden budget in het kader van hulp bij het huishouden toegekend heeft gekregen, legt hier verantwoording over af binnen 1 maand na afloop van de verstrekking dan wel conform het onderstaande verantwoordingsritme: indien de hoogte van het persoonsgebonden budget, bij de eerste uitbetaling van het kalenderjaar, lager is dan € 205,00 per maand, dient de budgethouder 1 maal per jaar, na afloop van dat kalenderjaar te verantwoorden. indien de hoogte van het persoonsgebonden budget, bij de eerste uitbetaling van het kalenderjaar, tussen € 205,00 en € 415,00 per maand bedraagt, dient de budgethouder 2 maal per jaar, na 1 juli en 1 januari te verantwoorden. indien de hoogte van het persoonsgebonden budget, bij de eerste uitbetaling van het kalenderjaar, meer dan € 415,00 per maand bedraagt: dient de budgethouder 4 maal per jaar, na afloop van elk kwartaal te verantwoorden. 2.. Het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het huishouden kent een vrij besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording verschuldigd is. Dit bedraagt 1,5% van het totaal toegekende bedrag, met een minimum van € 62,50 en een maximum van € 312,50 per kwartaal. Dit budget kan gebruikt worden voor bijkomende kosten, zoals telefoonkosten en scholing. 3.. Elke budgethouder wordt gevraagd een verklaring te overleggen waarin het volgende is opgenomen: het totaalbedrag van de uitgaven aan zorg voor huishoudelijke hulp met daarbij het aantal ingekochte uren over betreffende periode en het uurtarief dat wordt betaald. b een handtekening van de budgethouder; een handtekening van de persoon die zorg verleent; naam en adres van de zorgverlener of de zorgverlenende instantie; indien er sprake is van een wettelijke vertegenwoordiger / bewindvoerder dienen de contactgegevens vermeld te worden. 4.. Als de budgethouder, bij de globale verantwoording het budget niet volledig kan verantwoorden, ontvangt de budgethouder een verzoek tot terugbetaling. 5.. Bij een voortijdige beëindiging of wijziging in verstrekkingsvorm, dient een budgethouder direct, binnen 1 maand, een globale verantwoording van zijn budget in te leveren. 6.. In geval van overlijden van de budgethouder en er geen partner achterblijft, hoeft er geen verantwoording gedaan te worden over het uitbetaalde persoonsgebonden budget voor Hulp bij het Huishouden.

Rechtspraak bij dit artikel