Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Wijzigingen aangaande de ligplaatsvergunning

Onderdeel van Verordening ligplaatsen I

1.. Indien de vergunninghouder voornemens is veranderingen aan het vaartuig en/of de bijbehorende voorzieningen aan te brengen, dient vooraf bij burgemeester en wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning te worden aangevraagd. 2.. De aanvraag tot wijziging van een ligplaatsvergunning wordt gedaan middels een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 3.. Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag tot wijziging van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop het aanvraagformulier is ontvangen. 4.. De ligplaatsvergunning wordt ingetrokken indien: Het pleziervaartuig na de wijziging niet voldoet aan de vereisten als genoemd onder artikel 6, sub b, d, e, f g en i van deze Verordening; Het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen twaalf weken na het ontvangen van de toestemming tot het aanbrengen van veranderingen aan het vaartuig en/of de bijbehorende voorzieningen met het pleziervaartuig de ligplaats kan innemen. Op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist, intrekking of wijziging vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel