**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
WWB: Wet werk en bijstand;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
uitkering: de bijstand ingevolge de WWB, de uitkering ingevolge de IOAW en de IOAZ;
norm: de op belanghebbende van toepassing zijnde uitkeringsnorm, zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de WWB en de uitkering zoals bedoeld in artikel 5 van de IOAW en de IOAZ;
maatregel:
verlaging van de bijstand of de langdurigheidstoeslag op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB;
verlaging van de uitkering als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de IOAW en artikel 20, eerste lid, van de IOAZ;
weigering van de uitkering als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de IOAW en artikel 20, tweede en derde lid, van de IOAZ;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;
beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
benadelingsbedrag: De uitkering of de bijstand die als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt;
boete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a van de WWB;
recidiveboete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de WWB;
bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van: - het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand;
verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand.
**2..** De begrippen in deze verordening worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de desbetreffende wetten.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2013