Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2013

Als bij de verlening van bijstand sprake is van een tekortschietend betoond besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan, wordt de hoogte van de bijstand als volgt verlaagd: Met betrekking tot algemene bijstand: Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB, wordt een maatregel opgelegd op de algemene bijstand die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op een uitkering. De maatregel wordt vastgesteld op 10% van de norm over de onder a genoemde periode. Indien belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt bij het opleggen van de maatregel afgeweken van lid a en b. Indien het bezit van een belanghebbende tenminste driemaal de toepasselijke norm bedraagt wordt gedurende de eerste drie maanden een maatregel opgelegd van 100%. Bij bezit minder dan 3 maal de toepasselijke norm, wordt gedurende een maand een maatregel van 100% opgelegd. De hoogte van de maatregel wordt gedurende de tweede en derde maand afgestemd tot een bedrag gelijk aan het bezit, met een minimum maatregel van 20%. Indien een belanghebbende geen bezit heeft wordt gedurende een maand een maatregel van 100% opgelegd. De hoogte van de maatregel wordt gedurende de tweede en derde maand afgestemd tot 20%. Met betrekking tot de bijzondere bijstand of langdurigheidstoeslag: Indien het beroep op bijzondere bijstand of langdurigheidstoeslag het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, kan de gevraagde bijzondere bijstand of langdurigheidstoeslag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd bij wijze van maatregel. Ingeval sprake is van zeer dringende redenen of klaarblijkelijke hardheid kan de gevraagde bijstand worden verleend in de vorm van een renteloze lening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel