Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 4

Subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieverordening voor sportaccommodaties

1.. Jaarlijks wordt door de Raad in de gemeentebegroting een bedrag opgenomen voor de ondersteuning van particulier initiatief. Dit bedrag geldt als subsidieplafond. 2.. Indien het toewijzen van alle subsidieaanvragen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond als bedoeld in lid 1, bepaalt het College tussen 1 oktober en 1 december van het jaar waarin de subsidies zijn aangevraagd, voor het daaropvolgende kalenderjaar de rangorde waarin aanvragen worden toe- of afgewezen, op basis van urgentie van de voorzieningen, zonodig in relatie tot de in het vierde lid genoemde toetsingscriteria. 3.. De navolgende onderscheidingen in urgentie worden bij de toetsing gehanteerd: zeer urgent: de voorziening waarvoor subsidie aangevraagd wordt dient op de kortst mogelijke termijn gerealiseerd te worden om een goede instandhouding van de instelling te waarborgen; urgent: de gevraagde voorziening dient binnen een termijn van één tot drie jaar gerealiseerd te worden om een goede instandhouding van de instelling te waarborgen; minder urgent: de gevraagde voorziening dient binnen een termijn van drie tot vijf jaar te worden gerealiseerd om een goede instandhouding van de instelling te waarborgen. 4.. Bij eenzelfde mate van urgentie van twee of meer aanvragen wordt aan de navolgende criteria getoetst om de rangorden te bepalen: Bij eenzelfde mate van urgentie van twee of meer aanvragen wordt aan de navolgende criteria getoetst om de rangorden te bepalen: De verhouding tussen de kosten van de voorziening en het te verkrijgen resultaat.

Rechtspraak bij dit artikel