Lid 1 De maatregel dient in relatie te staan tot de individuele omstandigheden van de belanghebbende en de mate van verwijtbaarheid. Dat wil zeggen dat bij elke maatregel zal moeten worden nagegaan of, gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende, een afwijking van de hoogte en/of de duur van de voorgeschreven standaard maatregel geboden is. Afwijking van de standaard maatregel kan zowel een verzwaring als een matiging betekenen. Dit betekent dat het college bij het beoordelen of een maatregel moet worden opgelegd telkens de volgende drie stappen moet doorlopen:
• stap 1 : vaststellen van de ernst van de gedraging,
• stap 2 : vaststellen van de mate van verwijtbaarheid,
• stap 3 : vaststellen van de omstandigheden van de belanghebbende.
Bovenstaande lijn is gebaseerd op jurisprudentie van de CRvB, (LJN - AZ 5456).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
– Afwijking van de standaard maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013