Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

– Indeling in categorieën – Bij verwijtbaar gedrag in relatie tot de arbeidsinschakeling

Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013

a.Eerste categorie: De verwijtbare gedraging in de eerste categorie is onder te brengen in de fase van het niet nakomen van de formele verplichting die op belanghebbende rust om als werkzoekende ingeschreven te staan bij het UWV-werkbedrijf, en de inschrijving tijdig te verlengen. Indien belanghebbende dit nalaat kan er geen optimale arbeidsinschakeling plaats vinden. b.Tweede categorie: De verwijtbare gedragingen in de tweede categorie zijn onder te brengen in de fase van arbeidsinpassing die is aan te merken als de fase waarin er sprake kan zijn van situaties welke tijdelijk de arbeidsinschakeling belemmeren. Het niet doorgeven van wijzigingen en/of opheffing of juist het ontstaan van belemmeringen kan er toe leiden dat geen gerichte actie plaats kan vinden in het kader van de arbeidsinschakeling. Hierdoor wordt de kans op deelname aan de arbeidsinschakeling verkleind. Het niet ondertekenen of retourneren van een trajectovereenkomst valt eveneens in de tweede categorie daar ook deze verwijtbare gedraging onnodig leidt tot het een verkleining van de kansen op arbeidsinschakeling. Tot slot is het niet voldoen aan de aan de verlening van de uitkering verbonden nadere verplichtingen ondergebracht in de tweede categorie daar dit verwijtbaar gedrag kan leiden tot het gedeeltelijk onnodig verlenen van de uitkering. c.Derde categorie: De verwijtbare gedragingen in de derde categorie zijn onder te brengen in de fase van arbeidsinpassing die is aan te merken als de fase waarin onderzocht wordt hoe en op welke wijze belanghebbende ondersteund dient te worden in de wijze waarop de arbeidsinschakeling gerealiseerd kan worden. De verwijtbare gedragingen in de derde categorie kunnen aanleiding zijn tot een beroep op een uitkering of het onnodig langer voortduren daarvan. Het gaat hierbij, zowel om niet verantwoorde beperkingen die de belanghebbende stelt te hebben ten aanzien van de voor hem aanvaardbare algemeen geaccepteerde arbeid, als om gedragingen die de kansen op het bepalen van de inzet van de juiste instrumenten inzetten in het kader van de arbeidsinschakeling verminderen. In deze categorie is ook ondergebracht het verwijtbaar gedrag met betrekking tot de voor de inburgeringsplichtige geldende verplichting als is omschreven in artikel 25 lid 4 van de Wet inburgering daar deze verplichting een gelijke strekking heeft met de in de derde categorie omschreven verwijtbare gedragingen. Het betreft hier de groep inburgeringsplichtigen die vóór 31 december 2012 een gemeentelijk inburgeringsaanbod hebben geaccepteerd. Vanaf 1 januari 2013 geldt een nieuwe Wet inburgering, waarbij inburgeringsplichtigen zelf verantwoordelijk worden voor hun invulling en vervulling van deze plicht. Uiteraard blijft het aan het college voorbehouden om een uitkeringsgerechtigde in het kader van zijn re-integratieverplichtingen op te dragen om taalonderwijs te volgen. Dit staat echter los van de inburgeringsvoorziening die een belanghebbende zelf kan volgen. d.Vierde categorie: De verwijtbare gedragingen in de vierde categorie zijn onder te brengen in de fase van arbeidsinpassing die is aan te merken als de fase waarin al is vastgesteld hoe en op welke wijze belanghebbende ondersteund dient te worden in de wijze waarop de arbeidsinschakeling gerealiseerd kan worden. Het gaat hierbij om gedragingen die aan te merken zijn als het niet of onvoldoende meewerken aan een traject of andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen. Deze gedraging leiden in een zwaardere mate dan de derde categorie tot een onnodig beroep op bijstand of het onnodig langer voortduren daarvan. In deze categorie is ook ondergebracht het verwijtbaar gedrag met betrekking tot de voor de inburgeringsplichtige geldende verplichting als is omschreven in de artikelen 7, eerste lid en 23, eerste en derde lid van de Wet inburgering. Het voorgaande volgt uit artikel 34 van de Wet inburgering, waaruit blijkt dat deze verwijtbare gedragingen twee maal zo zwaar aangerekend worden als verwijtbare gedragingen welke in de derde categorie zijn ondergebracht. Het betreft hier de groep inburgeringsplichtigen die vóór 31 december 2012 een gemeentelijk inburgeringsaanbod hebben geaccepteerd. Vanaf 1 januari 2013 geldt een nieuwe Wet inburgering, waarbij inburgeringsplichtigen zelf verantwoordelijk worden voor hun invulling en vervulling van deze plicht. Uiteraard blijft het aan het college voorbehouden om een uitkeringsgerechtigde in het kader van zijn re-integratieverplichtingen op te dragen om taalonderwijs te volgen. Dit staat echter los van de inburgeringsvoorziening die een belanghebbende zelf kan volgen. e.Vijfde categorie: De verwijtbare gedragingen in de vijfde categorie zijn onder te brengen in de fase van arbeidsinpassing waarin er sprake is van het kunnen verkrijgen, aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepen deeltijdarbeid, waardoor de uitkeringsafhankelijkheid geheel of gedeeltelijk kan worden beëindigd. Het begrip deeltijdarbeid is ingevoegd voor die groep belanghebbenden die niet volledig belastbaar zijn. Dit laat onverlet dat de personen die behoren tot deze groep wel algemeen geaccepteerde arbeid dienen te aanvaarden voor de tijdsduur dat zij wel belastbaar zijn. Tot de vijfde categorie wordt tevens gerekend de situatie waarin door eigen toedoen op verwijtbare wijze, voorafgaand aan de uitkeringsaanvraag, dan wel tijdens de duur van de uitkeringsverlening indien het gaat om deeltijdarbeid, betaald werk of een dienstbetrekking in de zin van hoofdstuk 2 of 3 van de Wsw, niet behouden wordt. In de vijfde categorie is eveneens ondergebracht de weigering om deel te nemen aan een traject en/of project waaronder begrepen “Werken aan Werk”, of elk ander met “Werken aan Werk” vergelijkbaar traject/project of een traject/project dat voor “Werken aan Werk” in de plaats treedt en dat is gericht op arbeidsinschakeling. Deze gedraging leidt verwijtbaar tot een onnodig of langer beroep op een uitkering. In deze categorie is ook ondergebracht het verwijtbaar gedrag met betrekking tot de voor de inburgeringsplichtige geldende verplichting als is omschreven in de artikelen 32 en 33 van de Wet inburgering. Vorenstaande daar uit artikel 34 van de Wet inburgering blijkt dat deze verwijtbare gedragingen twee maal zo zwaar aangerekend worden als de verwijtbare gedragingen welke in de vierde categorie zijn ondergebracht. f.Zesde categorie In afwijking van de WWB kan de IOAW blijvend of tijdelijk worden geweigerd tot de mate waarin belanghebbende inkomen misloopt bij het niet aanvaarden of door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid of vanwege ontslag door eigen toedoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel